Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Idsegahuizum en Piaam 1903-1910

Weergave
Passages naar Readwise sturen

243. H. Guittart1 aan O. Noordmans

Minnertsga, 10 november 1909

Amice fraterque,

Ge wilt me wel geloven, als ik je verzeker, dat ik, reeds vóór ik je merkwaardige brief2 ontving, van plan was, je enigszins in te lichten omtrent hetgeen je maandag gemist hebt.3 Maar nu ik je brief las, werd ik natuurlijk ten zeerste in mijn voornemen versterkt. Wat de zakelijke kant van je schrijven betreft, ik hoop, dat je me geloven wilt (doch de aanhalingstekens waartussen je het woord “medelijdend” plaatst, doen me twijfelen) - als ik je zeg, dat ik me verheug, dat de kiespijn gezakt is, zodat je je ’s middags met toonbaar gelaat aan de Philanthropie4 kondet wijden. Ik begrijp ook volledig dat je die baronessen en gravinnen waarmee je in het bestuur zit,5 graag toonbaar onder de ogen komt. - Verder geef ik je toe, dat negen uur voorm. in de winter wel een enigszins ongelegen vergaderuur is, welke klacht ik aan onze praeses6 zal overbrengen. - Wat de formele kant van je brief aangaat, kan ik niet anders dan mijn respect betuigen voor je boeiende stijl. Ik heb me de weelde veroorloofd, onder het ontbijt je brief aan m’n vrouw voor te lezen, die zeer gesticht was. En nu iets over de vergadering. Jukema7 kwam (wegens een regenbui, die hij afgewacht had) wat later, maar anders waren wij anderen op tijd. Met spanning werd je komst verbeid. Niet ik, maar Van Eyck8 was het, die de veronderstelling waagde, dat je ergens “volledig” (zoals je dat zelf noemt) zat te ontbijten. Ik zelf durf zulke opmerkingen noch in, noch buiten je tegenwoordigheid meer maken; ja, durf ze nauwelijks overbrieven, vooral nu me uit je schrijven blijkt, dat je verre waart van “volledig ontbijten.” Dat Groot Enzerink9 je niet veel van de vergadering vertelde, geloof ik graag: hij is nogal boos op je, naar aanleiding van een brief, die je hem laatst moet geschreven hebben,10 over de kwestie, dat ze te Leeuwarden dominees uit grote steden te preken vragen. Laat ik je zeggen, dat Prins11 en Van Eyck krachtig je partij opnamen, en Groot Enzerink zochten te kalmeren (Jukema wàs er nog niet; Straatsma12 is wat doof; en ik kon de zaak gerust aan de twee eerstgenoemden overlaten).13 Na de bespreking van deze personalia wil ik je nu nog enige feiten noemen. Riemersma14 van Rinsumageest kon niet voor ’t blad werken wegens drukte, zodat zijn hoek van Friesland (de driehoek, die wordt ingesloten ten noorden door de lijn: Harlingen-Leeuwarden, en ten zuiden door de lijnen Harlingen-Sneek, en Sneek Leeuwarden) nu zal worden bewerkt door Postma, het mannetje van Groot Enzerink, dat in de Zuidoosthoek een dertig abonnees en enkele correspondenten gewonnen heeft.15 Omtrent uw man, voor wie alles bezuiden de tramlijn Harlingen-Sneek-de Lemmer gereserveerd blijft, verwacht ik nog nader bericht van je.16 Verder stelde Van Eyck voor om wat meer de kerkelijke kwestie in ons blad te gaan bespreken (Reorganisatie, modernen-bestrijding, enz.); Prins en Straatsma waren er niet erg vóór; ik vermoed dat je, als je aanwezig waart geweest, er óók niet vóór zoudt zijn geweest; de anderen (ik zelf) konden er ons wel in vinden. Maar tot bepaald geformuleerde besluiten kwam het niet.17 Een geregeld adverteerder vroeg om tegen St. Niklaas eens op de derde bladzijde te mogen adverteren; maar dan hij alleen. Ditmaal toegestaan, maar hij zal er waarschijnlijk wat meer voor moeten betalen, en komen er meer, die zó willen adverteren - dan zullen we er een tarief voor maken. Groot Enzerink zal met hem onderhandelen.18 Jukema diende een begroting in,19 sluitende met een batig saldo van f 269. Maar in dat batig saldo zit het vermoedelijk overschot der aandelen f 300,-. Zodat we eigenlijk moeten spreken van een nadelig slot van ruim 30 gulden. We hebben nu bijna 1100 (elfhonderd) abonnees. Honorarium (Groeneveld20 te Grouw had erom gevraagd) kan er voor niemand op overschieten.21 We zullen nu aan enkele rijke kerkvoogdijen bedelbrieven schrijven,22 en tevens aan Borgesius vragen, zijn tarief wat te verlagen, en tegelijk bij drie andere drukkers prijsopgaaf vragen.23 Kinderzorg kan het extra-bijvoegsel en de advertentie niet cadeau krijgen. De penningmeester zal van Jukema een nota krijgen van 25 gulden.24 Ziedaar het voornaamste, dat verhandeld werd. Laat ik je nog melden, dat de gewone ledenvergadering om ⚑_12 slecht bezocht was (twaalf leden);25 ’t was overigens een prettig geanimeerd debat. In ’t laatst vroeg Jukema aan De Minjer26 inlichtingen over ’t collecte-besluit van Sexbierum en Oosterbierum, naar aanleiding van de polemieken in het Hervormd Zondagsblad. De Minjer bracht een en ander in ’t midden, maar de tijd drong. We krijgen dat punt nu denkelijk in de februari-vergadering.27 Nu, amice, me dunkt, dat ik je trouw heb ingelicht. Ik hoop, dat je kiespijn verdwenen zij, en wens je opgewektheid toe tegen de naderende wintercampagne. Met vriendelijke groeten (ook van mijn vrouw), tt

H. Guittart

(AN)

Noten

  1. 1

    H. Guittart, zie brief nr. 189 (1905), n. 8.↩

  2. 2

    Niet bewaard gebleven.↩

  3. 3

    Redactievergadering van het Hervormd Zondagsblad op 8.11.1909, die ’s morgens om 9 uur begon en om 11.30 u werd gevolgd door de ledenvergadering van de Friese Predikantenvereniging.↩

  4. 4

    Bestuurwerkzaamheden voor de vereniging De Philanthroop, de Friese tak van de Centraal-Bond van Christen-Philanthropische Inrichtingen.↩

  5. 5

    Bestuursleden waren naast ON.: P. H. Heijmens Visser (IJlst), jhr.mr. C.G.A. van Asch van Wijck (Rotterdam), mr. A. van Giffen (Leeuwarden), mevr. A. Barbas-de Kock (Leeuwarden), C.F. baronesse van Harinxma thoe Slooten-van Harinxma thoe Slooten (Leeuwarden), mevr. Frantzen-van der Plaats (Leeuwarden), mevr. Carstens-Oppedijk (IJlst), mr. C.W. Hopster (Spannum) en R. van der Wal H.zn. (Wommels).↩

  6. 6

    H. van Eyck van Heslinga, zie brief nr. 205 (6.2.1908), n. 1.↩

  7. 7

    J. Jukema (1876-1947), herv. pred. te Paesens 1900, Rinsumageest 1905, Broek op Langedijk 1924, Vriezenveen 1927, Surhuizum 1936-1940, bestuurslid van de Friese Predikantenvereniging, penningmeester van het Hervormd Zondagsblad.↩

  8. 8

    H. van Eyck van Heslinga, zie n. 6.↩

  9. 9

    J.W. Groot Enzerink, zie brief nr. 224 (24.12.1908), n. 3.↩

  10. 10

    Niet bewaard gebleven.↩

  11. 11

    H. Prins (1867-1942), bestuurslid van de Friese Predikantenvereniging, redactielid van het Hervormd Zondagsblad, herv. pred. te Vroomshoop 1894, Oostermeer c,a, 1898, Lutjegast 1927-1937.↩

  12. 12

    K. Straatsma, zie brief nr. 205 (6.2.1908), n. 7.↩

  13. 13

    De gevoerde discussie viel kennelijk buiten het bestek van de vergadering. In de notulen wordt er in elk geval niet over bericht.↩

  14. 14

    Riemersma, een ingezetene.↩

  15. 15

    In de redactievergadering van 14.9.1909 werd besloten een drietal vertrouwenspersonen te benoemen die ter uitbreiding van het aantal abonnementen en advertenties alsmede voor het aanstellen van correspondenten een gedeelte van Friesland zouden bereizen: de heren Riemersma (Rinsumageest), Postma (Leeuwarden) en Schuurmans (Witmarsum). De laatstgenoemde zou worden geïnstrueerd door ON. De notulen van 8.11.1909: ’Verder wordt ... medegedeeld, dat de Heer Riemersma geen gelegenheid heeft, voor ons blad te werken, waarom aan het eind der vergadering besloten werd, dat het gedeelte van Friesland, dat in de vorige vergadering hem ter bewerking was opgedragen, aan den Heer Postma zal worden overgedragen, met wien Groot Enzerink overleg plegen zal. - Omtrent den Heer Schuurmans te Witmarsum is geen bericht ingekomen. - De Heer Postma heeft in den Zuidoosthoek een dertigtal abonné’s en enkele correspondenten gewonnen.’↩

  16. 16

    Zie n. 14.↩

  17. 17

    De notulen: ‘De voorzitter stelt voor, dat ons blad wat meer de kerkelijke vraagstukken zal bespreken, b.v. reorganisatie, synodalia, enz., en polemiek voeren tegen het modernisme. De BB. Prins en Straatsma hebben bezwaren, welke de andere broeders trachten te ontzenuwen. Een bepaald besluit wordt niet genomen.’↩

  18. 18

    De notulen: ‘Br. Jukema brengt een verzoek over van een getrouw adverteerder in ons blad, om tegen Sint Nicolaas eene advertentie te mogen plaatsen op de derde pagina van ons blad, met het beding, dat aan hem alléén dit voorrecht moge worden toegestaan. Besloten wordt het ditmaal toe te staan; doch aan coll. Gr. Enzerink op te dragen, die unieke advertentie zoo duur mogelijk te doen betalen; en mochten er meer liefhebbers komen, dan een apart en hooger tarief vast te stellen voor de advertenties op de derde bladzijde.’↩

  19. 19

    De notulen (vervolg van n. 14): ‘Voorts dient Br. Jukema de navolgende Concept-begrooting voor 1910 in; welk concept na eenige bespreking wordt vastgesteld: ...’ De begroting volgt hier in de notulen; onder meer de in de brief genoemde cijfers.↩

  20. 20

    E. Groeneveld (1884-1965), herv. pred. te Grouw, medewerker aan het Hervormd Zondagsblad.↩

  21. 21

    De notulen: ‘Den Heer Groeneveld te Grouw, die honorarium gevraagd heeft, zal bericht worden, dat de geldmiddelen dit niet toelaten; dat wij allen totnogtoe belangeloos arbeiden; en dat zijn medewerking zeer gewaardeerd wordt.’↩

  22. 22

    De notulen vermelden ook dat op voorstel van Prins een aantal kerkvoogdijen om een bijdrage gevraagd zal worden; een aantal van veertien om mee te beginnen.↩

  23. 23

    De notulen: ‘Naar aanleiding van deze begrooting wordt besloten: het drukloon, zoo mogelijk te verminderen. Daarom zal de Heer Borgesius worden aangeschreven òf en voor hoeveel hij het minder wil doen, en hem tevens worden bericht dat ook bij een paar van zijn concurrenten prijsopgave zal worden gevraagd.’ J.H. Borgesius (Leeuwarden), drukker van het Hervormd Zondagsblad.↩

  24. 24

    De notulen: ‘Verder wordt besloten om aan “Kinderzorg” niet cadeau te doen de advertentie voor hare vergadering, en het extra-bijvoegsel, waarin het verslag van die vergadering werd opgenomen, maar voor een en ander te eischen de som van f 25,-.’ Deze mededeling was van enig belang voor Noordmans aangezien hij secretaris van de vereniging Kinderzorg in het ressort Friesland was. Zijn jaarverslagen voor deze vereniging verschenen eveneens als bijlage bij het Hervormd Zondagsblad.↩

  25. 25

    Vgl. n. 3.↩

  26. 26

    N.C.J. de Minjer, redactielid van het Hervormd Zondagsblad, pred. te Sexbierum 1891-1926.↩

  27. 27

    De notulen: ‘Bij de rondvraag brengt Br. Jukema het besluit van sommige kerkeraden in de provincie ter sprake, om geen collectanten meer toe te laten in de gemeente, maar collecten in de kerk te houden, een besluit, waarover polemiek in het Hervormde Zondagsblad is gevoerd, en waaromtrent Br. Jukema gaarne nader ingelicht zou worden door coll. de Minjer, van Sexbierum, die aanwezig is. - Deze geeft voorzoover de tijd het gedoogt, eenige toelichting. Besloten wordt, dit punt op de agenda voor de eerstvolgende vergadering te zetten.’ De volgende vergadering werd gehouden op 14.2.1910.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 242. A.M. Brouwer aan O. NoordmansIdsegahuizum en Piaam 1903-1910244. H. van Eyck van Heslinga aan O. Noordmans →