Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Idsegahuizum en Piaam 1903-1910

Weergave
Passages naar Readwise sturen

244. H. van Eyck van Heslinga1 aan O. Noordmans

Berlikum, 9 december 1909

Amice Frater!

Jawel - nee maar - nou ’t is goed. Zit ik te peinzen waarom zeker iemand zo “afwezig” is tegenwoordig2 en vind op mijn manier eindelijk een reden en word bezorgd en schrijf een brief om, zo mogelijk, ’t kwaad te helpen keren. En - daar antwoordt de man met ’t zenden van een verlovingskaart. Mooi is ie. Ja, wie had dat nu kunnen denken. Stiekum filosoof, gnosis en meer slimme dingen bestuderen, voor ontspanning naar de Harz, Schwarzwald, Schokland, en komt eens - althans mag men aannemen - uit de lucht vallen als verloofd en niet, zoals filosofen past met een oud vel, een keuken-absurditeit, aan wie hij zich op z’n oude dag ter verzorging toebetrouwt, maar met - Jo.3 Nou, man, ’k begin best met “gij...”. Zoveel weet ik al van Jo, dat ’t een uitnemend meisje is, dat voor de huishouding veel belooft, want zij heeft mij altijd hartelijk ontvangen en onthaald en ’t zal een wondere ommekeer worden in je eenzame pastorie. ’t Wordt mijn inziens met één ding minder. Je zit diep in het “wezen der kennis” en hoort plotseling een zilveren lach en je steekt de oren op en ’t is uit met je diepzinnigheden. Maar dat is “minder”. Er staat veel meer winst tegenover. Zodat ik maar zeggen wil, dat ik met deze ontknoping en ontpopping zeer verrast en tegelijk blij ben en je met Jo, in dubbele zin, hartelijk feliciteer en Gods beste zegen toewens van het begin tot ’t einde van de nieuwe weg. Met hartelijke groet, tt.

H. van Eyck van Heslinga.

(AN)

Noten

  1. 1

    H. van Eyck van Heslinga, zie brief nr. 205 (6.2.1908), n. 1.↩

  2. 2

    Redactievergaderingen van het Hervormd Zondagsblad en bijeenkomsten van de Friesche Predikantenvereeniging; kennelijk leefde het vermoeden, bij Van Eyck evenals bij H. Guittart, dat ON’s boosheid over de polemieken van J.W. Groot Enzerink hem parten speelde.↩

  3. 3

    Johanna Hillegonda Oosterhuis, zie brief nr. 207 (2.3.1908) n.2.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 243. H. Guittart aan O. NoordmansIdsegahuizum en Piaam 1903-1910245. H. Guittart aan O. Noordmans →