245. H. Guittart1 aan O. Noordmans
Minnertsga, 9 december 1909
Amice frater,
Ontvang, mede namens mijn vrouw, onze hartelijk gemeende gelukwensen met uw verloving. Moge ze het voorportaal zijn van een recht gelukkig huwelijk! Ge wilt ook aan uw verloofde onze felicitaties overbrengen? Wij hebben tot ons leedwezen het genoegen niet, haar te kennen, maar hopen haar wel eens te mogen ontmoeten. Ge hebt nu ruim zes jaren ervaren dat het niet goed is, dat de mens alleen zij;2 weinig kon ik, bij uw laatste zinspeling op deze misstand (onlangs op een briefkaart3 vermoeden, dat het eind van uw eenzaamheid zo nabij was. Het was, meen ik, Jukema,4 die vrijdag ll. tegen me zei: “Zou Noordmans soms toornen als Achilles, in zijn tent, omdat hij nooit meer ter vergadering komt?” Maar de zaak is mij nu recht duidelijk. Nu, amice, nog eens: heb recht gelukkige dagen, en geloof mij, ook namens mijn vrouw, tt.
H. Guittart.
(AN)