246. J. de Visser1 aan O. Noordmans
Middelburg, 9 december 1909
Amice,
’k Ben blij, dat er weer een gelegenheid2 is om iets van elkander te laten horen. ’t Was weer een hele tijd geleden, maar nu is ’t tenminste een aangenamer aanleiding dan toen. Ge herinnert u nog wel, dat we na de dood van Van der Schans3 heen en weer hebben geschreven, maar laat me nu toch beginnen met u hartelijk geluk te wensen, dat - ik had willen schrijven - dat de slag is gevallen - maar laat me liever zetten : dat de keus is gevestigd. Ge zult straks uzelf niet meer kennen, wanneer een vrouw de leiding op zich genomen heeft, dan verandert ’t huishouden en de man incluis. Ge hadt een uitstekende huishoudster - ik herinner me nog wel, dat IJsseling4 in mijn tijd er over uit was, zoals jij toen bediend werd van haar - maar hij zelf zou z’n gezin niet willen ruilen met een celibatair. Je uitverkorene is zeker de zuster van collega Oosterhuis, die in Schraard heeft gestaan,5 en zodoende hebt gij haar meermalen kunnen zien. Is zij soms bij haar broer, die ongetrouwd is? We gisten er naar, omdat bij haar naam Ternaard staat. Nu, wordt recht gelukkig met haar en zij de komst van mevrouw Noordmans u en Idsegahuizum ten rijke zegen. De collega’s in de omtrek zullen wel blij zijn, dat er weer een zuster collega bij komt. In juli op het zuider zendingsfeest6 stond ik ineens tegenover Sijke van der Schans.7 ’k Zag hem ook weer zo duidelijk. Wat laten sommige mensen diepe indrukken na. ’k Had met Sijke ’t nog een ogenblik over hem - natuurlijk - maar dat ging toch moeilijk. De wond was nog te vers. Alles vliegt voorbij. ’t Was maandag zes jaar, dat ik afscheid nam van Makkum. Waar bleef de tijd! ’k Zie nog je vader bij je intree in de kerk zitten. Maar gij leeft nu bij de voorkeur in de toekomst en hoort ’t liefst toekomstmuziek. Ankermans8 naam werd deze week voor ’t eerst in de kamer gehoord als ondertekenaar der motie Van Twist.9 Heel veel moet hij niet in de kamer zijn, zo vertelde onze afgevaardigde mij, die met hem het bankje deelt. ’t Is alles nog goed gelopen. Je herinnert je nog ons gesprek met de predikantenvergadering.10 En IJsseling11 nog verdiept in de Ouden? Tertullianus is van ’t stof der eeuwen door hem ontdaan, uitgeklopt en uitgegeven. ’k Hoor niets van hem. Hoe komt dat toch? Hij kan anders zo gezellig iemand op de hoogte brengen van ’t geen gebeurt. Ge zult hem wel eens zien dezer dagen. Groet hem dan van mij. En nu ons beider hartelijke gelukwensen en ons respect aan mej. Oosterhuis.12 Graag je
J. de Visser.
(AN)