264. A.H. de Hartog1 aan O. Noordmans
datum onbekend2
Amice,
Als het er zo bijstaat, heb je eerst recht tegen wind-molens gestreden.3 Want wel het naïef, maar nimmer het transcendentaal realisme4 leert, dat objectieve en subjectieve wereld zouden staan tot elkaar in de verhouding van beeld en copie. Von Hartmann5 wijst er nadrukkelijk op, dat de kwantitatieve verhoudingen der transsubjectieve wereld in het bewustzijn slechts de kwalitatieve voorstellingsrepresentanten wekken. En de Gereformeerden, en De Hartog en Hartmann (last not least) gaan daarom vrij uit. Ook de rest van uw stuk kan (gelijk mij reeds bleek) weer danig misverstand wekken. Ik ben dus ijverig bezig aan een werkje over verzoening,6 waarin ik klaar uitspreek wat in mijn vroegere arbeid nog slechts gedoken lag. Met vriendelijke groet, tt.
De Hartog.
(AN)