Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Idsegahuizum en Piaam

Weergave
Passages naar Readwise sturen

252. Oepke de Roos aan O. Noordmans

Rinsumageest, 23 december 1909

Waarde Neef,

Van harte wensen wij je geluk, nu je eindelijk toch een goede huisvrouw hoopt gevonden te hebben. Moge op uw voornemen de zegen des Heren in rijke mate rusten! Wanneer denk je nu in het huwelijk te treden? Zeker spoedig, daar ik veronderstel, dat je nu wel weet wat je van je ... hebt. Eén zaak wil ik je echter zeggen: zorg er voor ook nu man [en] hoofd te zijn zoveel mogelijk, opdat je in je huwelijk het tenvolle kunt wezen. Vergeet niet, dat de geest der eeuw de vrouw in de rechten van de man wil doen treden. Velen, zelfs van wie men het niet zou verwachten, offeren aan die geest. Vooral de oude standvastige Friezen moeten ook hierin flink staan. Hoe is het, ben je ook lid van ’t Kristlyk Selskip?1 De lectuur der zesmaandelijkse afleveringen van dat Selskip is de moeite, dunkt mij, wel waard. Ds. Jacob Eringa had in de laatste aflevering ook een stukje.2 En nu, hoe gaat het met je en de familie? Van tante Gep hoor ik nog al eens. Met ons gaat het vrij goed. Ik zelf ben ook veel beter dan verleden jaar, doch ik moet nog zeer voorzichtig zijn. Wil je aanstaande ook wel van ons gelukwensen. Al stond haar naam vooraan op het kaartje, ik ben zo vrij mij toch met mijn gelukwensen in de eerste plaats tot ’t wat oude hoofd te wenden. Denk er om, dat ik op dit terrein wel wat ervaring heb. Nu wees hartelijk gegroet, je toegenegen neef

Oepke de Roos.

(AN)

Noten

  1. 1

    Kristlyk Frysk Selskip. Opgericht in 1908 door o.a. G.A. Wumkes. Het Selskip bestond tot 1943 en gaf vanaf 1909 het blad Yn ús eigen Tael uit, waarvan Wumkes een van de redacteuren was. De vereniging verhief de volkstaal tot geloofstaal en legde het verband tussen de nationale gedachte en de christelijke levensbeschouwing.↩

  2. 2

    Onder de naam Eringa verscheen alleen: P. Eringa, ‘Hjerstmis by de boer’ in: Yn ús eigen Tael. Tiidskrift fen it Christlik Selskip for Fryske Tael- en Skriftenkennisse (Sneek 1909), 147-152. Jac. Eringa werkte aan dit blad mee onder het pseudoniem J. van Donia. Zie brief nr. 45 (9.9.1888), n. 2.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 251. A. Langhout aan O. NoordmansIdsegahuizum en Piaam253. Oepke aan zijn moeder →