461. A.M. Brouwer aan O. Noordmans
Utrecht, 2 juli 1934
Amice frater,
Dank voor je schrijven.1 De houding van Evenhuis2 is mij niet helder. Ik kan er alleen in zien een zich vrij maken voor een felle actie, nadat de synode ons voorstel heeft aangenomen. Intussen moeten wij nog wel in beraad houden, of het goed is het contact prijs te geven. Maar ik vermoed dat Kerkherstel zo redeneert: ‘als de synode het ontwerp voorlopig aanneemt, hebben wij met Kerkopbouw niet meer te maken maar alleen met het dan door de synode overgenomen voorstel. Daarover hoeven we met Kerkopbouw niet meer te praten, want wij willen er van maken wat wij ervan maken kunnen.’ Tenslotte zullen wij misschien genoodzaakt zijn tegen een gedenatureerd Kerkorde-voorstel te stemmen! Van Hemmen kreeg ik van Slotemaker3 verslag.4 ’t Is toch wel wonderlijk jullie - collega Scholten5 en jou - voor enkele Kerkopbouw-mensen in Arnhem6 te laten komen. Maar jullie hebt de goede wil getoond. We gaan een jaar van veel moeilijkheden tegemoet, geloof ik. Met hartelijke groeten, tt
A.M. Brouwer.
(AN)