459. O. Noordmans aan A.M. Brouwer
Laren (G.), 28 juni 1934
Amice,
Even wil ik je op de hoogte stellen van de gebeurtenissen van Kerkopbouw, waarmee ik te maken heb gehad na onze laatste moderamen-vergadering.1 Ik heb onze wijzigingen naar Hemmen gezonden. Verslag van Hemmen zelf - waar ik natuurlijk niet was - zul je gelezen hebben. 12 juni was ik wel in Arnhem2 evenals prof. Scholten.3 Ontbraken Tromp,4 Miskotte, Berkelbach5 en alle beloofde jongere Kerkherstellers. Slotemaker6 was er wel en Jansen Schoonhoven7 met nog 5 à 6 anderen van Kerkopbouw. Zaken zijn er dus niet gedaan. Van kerkherstel is bij mij geen officieel antwoord ingekomen. Wel een persoonlijk schrijven van Evenhuis,8 met mededeling dat officieel schrijven van Herstel in die week - van 17 juni - zou volgen, wat niet geschied is. In zijn brief schreef Evenhuis echter dat Herstel zich in een eigen adres aan de synode zou richten en afwijzend had beschikt op ons verzoek om samen te petitioneren. Evenhuis toonde zich teleurgesteld over dit resultaat, maar schoof verantwoordelijkheid op ons. Waren de wijzigingen aangenomen door ons moderamen, dan zou hij te Hemmen de portefeuille-kwestie gesteld hebben. Bij verwerping zou hij voor Kerkherstel hebben bedankt. Hij had datzelfde - mutatis mutandis9 - van Kohnstamm10 en mij verwacht. Evenhuis trekt zich nu uit ‘Contact’ terug en daarmee is die commissie wel op zieltogen. Ik zie er geen heil in de touwtjes nog weer aan te knopen. Dat zijn de feiten. Commentaar zal ik nu maar niet geven. Ik dank je nog hartelijk voor de toezending van Levenskracht11 en de aflevering van Ecclesia.12 Het eerste heb ik met ootmoed en het tweede met hoogmoed gelezen. Ik zit aan mijn dogmatiekje,13 dat ik bijna klaar heb. Ik peins nog over een titel. Ga je deze zomer nog uit? Ik zit weer pal thuis. Met hartelijke groeten, tt.
O. Noordmans.
(AKO)