446. O. Noordmans aan K.H. Miskotte
Laren (G.), 30 october 1933
Amice collega,
Laat mij met uw laatste brief beginnen, de politieke.1 ’t Is wel opvallend, hoe de fascistische wind opsteekt. Ik hoorde er enkele dagen geleden, op een conferentie te Woudschoten, ook nog enkele bijzonderheden over. Met politiek heb ik mij maar zeer sporadisch bezig gehouden. In mijn vroegste predikantstijd ben ik een poosje voorzitter geweest van een plaatselijke kiesvereniging. In Laren heb ik de stoot gegeven tot oprichting van een christelijk-historische kiesvereniging, omdat alles hier antirevolutionair stemde wat niet liberaal was. Na de oprichting heb ik mij er verder weer buiten gehouden. - Nu wordt ons het vuur wel na aan de schenen gelegd met die schrijverij in ’t Weekblad. En ik bespeur van tijd tot tijd een zekere onrust in mijzelf ten opzichte van deze dingen. Maar de drang om wat te doen is nog niet sterk genoeg. De situatie heeft zich ook nog niet erg duidelijk afgetekend. Zeker is, dat er sommige dingen in wording zijn en daarom hebt ge gelijk, dat men, als men zich daartoe geroepen voelt, niet te lang moet wachten. Maar een zekere innerlijke en uitwendige klaarheid is daartoe nodig. ’t Is moedgevend, dat in Duitsland de kerkelijke stemmen een steeds duidelijker geluid geven. Marburg en Bultmann c.s.2 En nu nog even over de Neu-Prädikation en de predestinatie.3 Ik heb inderdaad in mijn opstel over ‘Het Kerkelijk Dogma’ voor de bundel4 van Slotemaker c.s.5 een vrij krasse aanval op Barth gedaan met het oog juist op het door u gewraakte ‘je und je’. Toen ik u schreef was dat opstel reeds ingezonden en vond ik het dus beter daarheen te verwijzen. Het zal dan toch wel binnenkort uitkomen. Slotemaker vertelde mij, dat men nog wacht op een paar bijdragen. In dat opstel poneer ik inderdaad een dialectiek tussen Neu-Prädikation en praedestinatie. ’t Is een dogma, maar ’t gezichtspunt is niet hetzelfde. De predestinatie wordt daarmee nog geen variant van de voorzienigheid. Die ligt op ander niveau. Ik zou graag zien dat ge even geduld wilt hebben tot het verschijnt; het zou mij hier tot een te uitvoerige uiteenzetting leiden, als ik het ging expliceren. Kunt ge Haitjema niet bewegen zijn starre houding tegen ons reorganisatie-ontwerp op te geven?6 Uw opmerking over ‘Roessingh - Lindeboom - Aris’ doet mij vermoeden, dat ge mijn standpunt in dezen deelt. Er kan veel van afhangen of we ’t in dezen tot een vergelijk kunnen brengen. Met vriendelijke groeten, tt.
O. Noordmans.
P.S. Doordat ik zeer bezet was bleef uw vorige brief enige tijd onbeantwoord. Wil dat excuseren!
(AKHM)