Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Laren Gld.

Weergave
Passages naar Readwise sturen

354. J. Barbas1 aan O. Noordmans

Den Haag Javastraat 100, 15 juli 1926

Amice frater,

Zo juist kwam uw naam uit de stembus voor ’t drietal Slotemaker de Bruïne,2 waarmee ik u hartelijke gelukwens en waarin ik me zeer verblijd. Na hartelijke groeten, tt.

J. Barbas.

(AN)

Noten

  1. 1

    J. Barbas (1876-1958), herv. pred. o.a. te Hengelo (Gld.) 1909-1948, scriba van de synode.↩

  2. 2

    In de vacature prof.dr. J.R. Slotemaker de Bruïne wegens zijn benoeming tot minister werd het volgende drietal opgemaakt: a. A.H. de Hartog, geb. 1869; b. O. Noordmans, geb. 1871; c. M. van Rhijn, geb. 1888. De NRC gaf het volgende commentaar op dit drietal: ‘Dr. A.H. de Hartog dankt aan de vroegtijdigheid van zijn voorletter het primaat. Dat deze stereotiepe apologeet van een slechts in eigen oogen pur sang Gereformeerdheid de meeste kans zal hebben, betwijfelen wij. Bestond er een synodale totalisator, wij riskeerden onzen rijksdaalder op ds. O. Noordmans, die als wetenschappelijk man juist de laatste maanden om zijn studiën over den befaamden Barth meer op den voorgrond is getreden en die met een objectief aandoende bezonkenheid en een alzijdige welwillendheid het synodaal-orthodoxe type voortreffelijk vertegenwoordigt; of op dr. M. van Rhijn, den ietwat vuriger en ook door zijn arbeid in de NCSV met het studentenleven in nauwe aanraking verkeerenden jongen ethisch-orthodoxen geleerde.’ ‘Mocht de keuze van de synode op ds. O. Noordmans vallen, dan zullen de studenten te doen krijgen met een persoon van volstrekt ander maaksel (dan A.H. de Hartog). Deze onderscheidt zich immers door een behoefte aan klaarheid in het concrete; zijn betoogtrant, waaraan een zekere fijnzinnige humor niet vreemd is, gaat recht op de man af en is gespeend van enigerlei exclamatie. Noordmans leeft met zijn voeten op de aarde en voelt zich thuis in de practische wereld, waarin hij met een beminnelijke bescheidenheid de verschijnselen, die hij tracht te doorgronden, nadert. Hij moet een humaan mens zijn, die lijdt onder de onverkwikkelijkheden, waarmee een verouderde kerkinrichting en een verouderde leerstelligheid de gelovige plagen. Deze candidaat naar de kerkelijke leerstoel is geen veelspreker of veelschrijver; zijn pennevruchten beperken zich tot bijdragen in de Stemmen voor Waarheid en Vrede, Bergopwaarts en Practisch Christendom. In laatstgenoemde reeks schreef hij een deeltje over het autoriteitsprobleem; in het Orgaan van de Bond van Ned. Predikanten, in welks bestuur hij een gezaghebbend man is, bracht hij een scherpe en principiële kritiek uit over het predikantsambt, welks ‘middeleeuws karakter’ hij door de ‘moderne arbeidsorganisatie’ wilde vervangen. In de Geschriften, uitgegeven vanwege de studie-commissie der Ethische Vereniging, wijdde hij een monografie aan de school van Barth, welke theoloog blijkbaar grote indruk op hem heeft gemaakt. Het opstel eindigt met de merkwaardige slotsom, dat ‘zuivere theologie in deze bedeling niet mogelijk’ is. Opmerkelijk is, dat ds. Noordmans, die, in 1871 geboren en dus 55 jaar oud, als dorpspredikant de gemeente Idsegahuizen, Suameer en Laren (Gld.) heeft gediend, geen doctorstitel bezit. Mocht hij benoemd worden, dan zou hij inmiddels toch de eerste ongepromoveerde kerkelijke hoogleraar niet zijn; ook prof. Mallinckrodt, destijds hoogleraar vanwege de Ned. Hervormde Kerk te Groningen, heeft het levenslang zonder de doctorstitel gesteld.’↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 353. J.A. Cramer aan O. NoordmansLaren Gld.355. A.M. Brouwer aan O. Noordmans →