404. Vereniging ‘Kerkopbouw’ aan het Bestuur van het Nederlands Hervormd Verbond tot Kerkherstel
Utrecht, 28 november 1931
Mijne Heren,
Het Bestuur van de Vereniging ‘Kerkopbouw’ heeft in zijn vergadering van 23 november j.l. zich ernstig bezig gehouden met de vraag, hoe te voorkomen dat wij in plaats van boven de tegenwoordige partijstrijd uit te komen een nieuwe strijdvraag in de Kerk zouden krijgen, doordat het alternatief gesteld wordt: of men voorstander is van ‘Kerkherstel’ dan wel van ‘Kerkopbouw’.1 Het meent dat, nu van weerszijden een commissie van contact is benoemd,2 mogelijkheid bestaat die strijd te voorkomen, door het volgende te uwer kennis te brengen: 1. Kerkopbouw acht, ofschoon het reorganisatievoorstel in 1929 door de synode verworpen is, dat een reorganisatie niettemin noodzakelijk is. 2. Deze zaak is door haar in studie gegeven aan een commissie die de opdracht heeft, om een aannemelijk voorstel te formuleren.3 Het komt het bestuur van ‘Kerkopbouw’ voor, dat dit een weg zou kunnen zijn, om tot samenwerking te komen. Mocht dit niet mogelijk blijken, dat op dit punt dan toch contact met het Nederlands Hervormd Verbond tot Kerkherstel gevonden kan worden. Op grond daarvan doet het bestuur van ‘Kerkopbouw’ u het voorstel, om, zolang deze commissie de zaak der reorganisatie in studie heeft, in een of meerdere conferenties der Hoofdbesturen zich te bezinnen op de brandende vraag, hoe in de nood van de ontkerstende wereld gemeenschappelijk te getuigen van Jezus Christus.
Namens het Bestuur van de Vereniging “Kerkopbouw”
A.M.Brouwer, voorzitter
G.W. Oberman,4 secretaris
(ANHK)