415. J. van Dorp1 aan O. Noordmans
Gendringen, 27 april 1932
Amice,
Je hebt zeker het drietal2 al gezien: Berkelbach,3 Korff4 en De Vrijer.5 Het spijt me, maar er was niets aan te doen. Ik mag van de vergadering verder niets meedelen, maar dit durf ik wel zeggen, dat niemand je wetenschappelijke verdienste niet heeft erkend. Maar uit het drietal merk je wel, dat men andere kwaliteiten ook heel sterk heeft laten wegen. Je zult je hoop ik over de teleurstelling kunnen heenzetten. Wat kan het met zulke stemmingen eigenaardig lopen. Bij twee van de 3 stemmingen heb ik in 2e instantie niet meer kunnen stemmen zoals ik wilde. Er bestond het gevaar dat een vrijzinnige en een confessionele in herstemming zouden komen, zodat ik om een ethische in herstemming te brengen op een ander moest overgaan, wat beide keren gelukte. Vriendelijke groeten, tt
J. van Dorp.
(AN)