434. R.B. Evenhuis1 aan O. Noordmans
Zaandam, 14 september 1933
Hooggeachte collega,
Met grote blijdschap nam ik kennis van uw schrijven. Ook ik meen, dat we bij elkander moeten komen, omdat dit - naar mensenberekening - een mogelijkheid is, die misschien in tientallen jaren niet terugkomt. Weest u ervan verzekerd, dat ook wij allen diep overtuigd zijn van onze geweldige verantwoordelijkheid in dezen. Graag aanvaard ik ook uw uitnodiging tot een contact-vergadering2 en tot een tweede gemeenschappelijke samenspreking.3 Wat het laatste betreft, wij houden onze ledenvergadering woensdag 11 october. Zou het niet mogelijk zijn, dat wij b.v. dinsdag 10 october des avonds met u confereerden? Ik leg eenzelfde vraag voor aan onze hoofdbestuursleden, die daarmee wel accoord zullen gaan. In verband daarmee zou ik graag zien, dat onze contact-commissie iets eerder vergaderde, dan de door u genoemde data. Het zou immers noodzakelijk kunnen zijn, dat wij ons daarna nog moesten richten tot onze hoofdbestuursleden. En de tijd tussen 6 en 10 october is daartoe wel kort. Ik stel u dus voor maandag 2 october te reserveren voor onze contact-commissie. Graag uw antwoord tegemoet ziende, met collegiale groeten
R.B. Evenhuis.
(AN)