Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Laren Gld.

Weergave
Passages naar Readwise sturen

435. A.M. Brouwer aan O. Noordmans1

Utrecht, 14 september 1933

Amice frater,

Vriendelijk dank voor je schrijven. Ik heb een klein berichtje opgestuurd aan ’t Christelijk Persbureau.2 Ik schreef ook aan Evenhuis,3 om publicatie te voorkomen,4 tevens heb ik er op gewezen, dat ons voorstel toch niet ingaat tegen de beginselen van het Kerkherstel-voorstel. Overigens ben ik ’t met je eens, dat wij moeilijk meer konden verwachten, dan nu bereikt is, en dat dit nog even door moet werken zonder dat wij pogingen doen om de bres te verwijden. Zijn besprekingen mogelijk, dan kan dat niet anders dan gunstig werken. Maar ik verwacht, dat men zich niet dadelijk weer daaraan bloot wil stellen. Op de practische theologen-conferentie heeft Evenhuis gezegd op een opmerking van een der aanwezigen, dat ‘Kerkherstel tegenwoordig niet veel anders deed dan Kerkopbouw critiseren zonder positief werk te leveren: wij moeten afwachten, dat is ’t enige wat wij kunnen doen, en dan onze slag slaan...’ Zo’n uitspraak is toch wel bedenkelijk partij-politiek en laat weinig merken van besef wat algemeen-kerkelijk belang is en eist. Als men de zaak zo ziet en stelt, dan zullen wij moeilijk meer kunnen doen, dan ’t reorganisatie-rapport aan de orde stellen in de kerk, het zoveel mogelijk toelichten en dan de stemming afwachten in de Classes en de Synode. Bij tegenwerking van Kerkherstel verwacht ik geen meerderheid. Dan laten wij de organisatie verder rusten. Voor mijn besef is dit wat het kerkelijk leven betreft, toch ook een zaak van secundair belang. Belijdenis, activering gemeenteleden, kerk en jeugd, voorlichting op allerlei terrein (door blad en brochures), bespreking van liturgie, kerkelijke zending, nationalisme, enz. enz., geven werk genoeg. Wat Haitjema betreft, dat zijn verzet taai is, mag ik best lijden. Maar de modus quo is voor mij onverdragelijk. Al dadelijk de inzet over de leertucht en ’t leertucht-alarm enz. Als je hun voorstel in dit opzicht nu eens legt naast ’t onze...! En dan dat “heelen van de breuke der kerk op ’t lichtst”5... Al die eigengereidheid over gebrek aan schuld-gevoel... Afijn, misselijk. En als dan bovendien nog komt de onzinnige redenering dat wij met de werkelijkheid niet hebben te rekenen; dat ’t gaat om het principe en ’t gemis aan begrip dat dit principe zeer subjectief bepaald is, een confessioneel apriorisme waar van alles tegen in te brengen is maar met een zelfbewuste voldaanheid op ’t glimmend gezicht voorgedragen; dat besef van eigen belangrijkheid; alles samen maakt voor mij een ontmoeting met deze kerkvorst altijd tot een geestelijke marteling, en ik word er physiek onpasselijk van. Het is het kruis dat Kerkopbouw voor mij meebrengt. Ik neem mij voor, kalm te blijven. En bid er om terwille van de zaak. Maar als ik dat alles dan weer een halve dag heb aangehoord en bijgewoond, dan wordt het mij te machtig. En dan heb ik later weer ’t gevoel van een nederlaag door gebrek aan zelfbedwang. Wat ik overigens zelden zo heb. Van uitstel van publicatie verwacht ik geen onmiddellijk gevolg. Het zal ons alleen minder onsympathiek maken bij vele kerkisten, die overigens om des beginsels wille in hun kortzichtigheid liever de kerk naar de kelder zien gaan. Dat is mijn grote bezwaar tegen Oorthuys, die ik overigens best mag. Hij is het die ’t parochie-stelsel (- met welks reglementering hij eerst in de commissie mee was gegaan -) uit vrees voor de vrijzinnigheid heeft tegengehouden. En nu moet men eens horen wat voor janboel ’t in Amsterdam is. Men zegt, er zijn daar vijf dominees die werkelijk wat in de gemeente werken. De anderen passen ’t recept van Daubanton6 toe: als de heren voor zich zelf willen studeren of werken, dan moeten zij zien predikant in Amsterdam te worden... Van de 22 wijken hebben er vijf een kaartsysteem; de anderen laten de boel maar waaien... maar vooral om des beginsels wil geen parochie-stelsel! En zo gaat ’t nu weer met de huisgemeenten.7 Zo heb ik ook gebiecht. Men moet de dingen eens zeggen. En dan verder met moed verder en de weg gaan die gewezen wordt. Met hartelijke groeten, tt.

A.M. Brouwer.

(AN)

Noten

  1. 1

    Over deze brief tekent Brouwer op 14 september aan: ‘Brief aan Noordmans, waarin ik mijn indrukken van 12 sept. biecht op een brief van hem.’↩

  2. 2

    Hierover geen mededeling in het dagboek. In ieder geval gaat het om een bericht i.v.m. de vergadering van de reorganisatiecie. KO met het hoofdbestuur van KH op 12.9.1933 over het reorganisatieontwerp KO. ON zette op deze vergadering de grondgedachten van het ontwerp uiteen, terwijl prof. C.G. Wagenaar een toelichting gaf. De vergadering werd gepresideerd door Berkelbach van der Sprenkel (zie ook brief nr. 430 (21.8.1933) ). De lezing die ON hield is Beginselen van kerkorde (VW 5, 193-203). Brouwer schrijft in zijn dagboek: ‘Eerst geeft Noordmans een meesterlijke uiteenzetting v/d beginselen, dan Wagenaar een heldere aanduiding van de uitwerking. Daarna komt Haitjema en vervolgens Evenhuis aan ’t woord... De houding van Haitjema was misselijk. Hij begon triomfantelijk te wijzen op de procesmatige leertucht die dan toch door KO was aanvaard niettegenstaande ’t ‘leertucht-alarm’ tegen ’t voorstel 1929. KO heeft geen overgangsbepalingen, d.w.z. zij wil de breuke der kerk op ’t lichtst helen. Zij toont geen schuldgevoel! De huisgemeenten heffen de eenheid der plaatsel. gem. op, zijn absoluut onaanvaardbaar. ’t Heele ontwerp is onaanvaardbaar. Daarna sprak Evenhuis minder fel. Hij had er moeite mee, sprak meer namens Kerkherstel, zo zeide hij, dan namens zichzelf. Na afloop kwam de reorganisatiecie. nog bijeen om te overleggen over het vervolg: ‘Eindelijk werd dan besloten: nog eens samenkomen (vrijdag 29 sept.) en de algem. ledenvergadering een maand uitstellen.’ Dit hield in dat publicatie van het Ontwerp weer werd uitgesteld om nog te proberen met KH tot overeenstemming te komen.↩

  3. 3

    R.B. Evenhuis, 1e secretaris van KH; zie brief nr. 399 (2.6.1931), n. 7.↩

  4. 4

    Op 12.9.1933 de aantekening in Brouwers dagboek: ‘Ik schreef ook dr. Evenhuis van ons besluit (nl. dat de reorganisatiecie. eerst nog eens bijeen moet komen en de alg. ledenvergadering een maand uitgesteld wordt, red.) en dat er nu nog niets gepubliceerd moest worden. Wees nog eens op de verantwoordelijkheid.’↩

  5. 5

    Jer. 6.14.↩

  6. 6

    F.E. Daubanton (1853-1920), Waals predikant te Zwolle 1878, herv. pred. te Heemstede 1886, Amsterdam 1889-1903, hoogleraar vanwege de NHK. te Utrecht 1903-1920 (bijbelse en praktische theologie en zendingswetenschap), belangrijkste werk: Prolegomena van protestantsche zendingswetenschap (Utrecht 1911).↩

  7. 7

    De ‘huis- of hulpgemeenten’ vormden een belangrijk onderdeel van de reorganisatieplannen van KO. ON schrijft hierover in Het reorganisatie-rapport van Kerkopbouw toegelicht (VW 5, 217): ‘Met dit instituut buigt de kerk zich over naar groepen, die zich meestal, praktisch gesproken, buiten de kring der cultusgemeente zullen bevinden, omdat ze het contact met de daar fungerende ambten hebben verloren. Altaar tegen altaar wordt daar dus niet opgericht. Doop en Avondmaal worden er niet bediend. Die maken het onderscheid - zo schreef Gunning reeds in 1860 - tussen een cultus- en een huisgemeente. De dienst des Woords in ambtelijke zin heeft er niet plaats. De kerk komt hier alleen tegemoet aan de bijzondere behoeften van bepaalde categorieën van mensen, ten wier opzichte zij voor de keus staat om ze los te laten of ze naast de cultusgemeente te organiseren.’ Het gedeelte in dit stuk over de huisgemeente wordt besloten met (p. 219): ‘De hulpgemeente schept gelegenheid om buitenkerks nieuw christelijk leven tot ontwikkeling te laten komen.’ Dit was een van de punten waar KH fel tegen was gekant.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 434. R.B. Evenhuis aan O. NoordmansLaren Gld.436. J.H.C. Kamsteeg aan O. Noordmans →