Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Zetten 1885-1888

Weergave
Passages naar Readwise sturen

59. Oepke de Roos aan Oepke Noordmans

Amsterdam, 18 november 1888

Neef Oepke,

Zeker had je reeds lang een brief van mij terug verwacht. Nu dit laat zich wel begrijpen. Ik erken zelf wel wat te lang deze zaak uitgesteld te hebben. Ik hoop mijn verzuim met deze brief goed te kunnen maken. Uit een brief van je vader heb ik vernomen dat je nu voorzeker met de vacantie van Zetten gaat. Je begrijpt wel, Oepke, dat mij dit spijt. Ik kan mij bijna niet voorstellen dat van een stedelijk gymnasium niet enige invloed ten kwade zal uitgaan. Wel stem ik toe, dat in jouw geval die verkeerde invloed zo sterk niet zal zijn, omdat je alle dagen naar huis gaat. Maar toch moet ik je weggaan betreuren en afkeuren. Daarin ligt waarschijnlijk ook nog de voorspelling, dat je later naar een staatsuniversiteit gaat. En dan betreur ik jou en je studiën. Doch deze laatste zaak is nog niet beslist, daarom kan ik nog een weinig hoop houden je D.V. aan deze universiteit eens als student te zien. Met genoegen studeer ik tegenwoordig. Ik zit nu zoals je weet voor mijn candidaatsexamen, doch ik ben niet van plan mij suf te studeren en ga daarom geleidelijk met mijn studiën voorwaarts. Kom ik er dan voor de grote vacantie niet klaar mee, welnu, dan doe ik mijn examen na die vacantie. Van de heren die dit jaar examen moesten doen als candidaat hebben nog maar twee dit achter de rug. Herman Kuyper,1 Ploos2 en nog verscheidene moeten allen nog voor de groene tafel komen. Dat candidaatsexamen is ook zo’n pluk! Als men aan ’t lezen slaat zou men zeggen: er komt geen doorkomen aan. Gelukkig evenwel dat men dan aan zulke dingen weinig denkt. Anders kon de moed wel eens in de schoenen zakken. Hoewel het examen voor mij nu nadert, maak ik er toch maar geen schrikbeeld van, maar ga moedig voort. Mij dunkt, dat dit de beste manier is om dat monster te overwinnen. In dit laatste jaar heb ik er een nieuw college bij gekregen en wel in de spreekkunst. Dit is een vrijwillig college, maar kost 15 gulden in het jaar. Vandaar dat niet allen er gebruik van maken. Ik voor mij acht het evenwel zeer nuttig. Het dient om duidelijk te leren spreken door zoveel mogelijk de klanken voor in de mond te vormen; dan krijgt men geen last van de keel. We hebben dit bij een juffrouw, een Friezin. Het is een vermakelijk gezicht om de lui daar dan te zien met een wijd opengesperde mond om des te helderder klank voort te brengen. Verder is hier alles bij het oude. Onlangs hebben we een receptie gehad bij mijnheer Hovy3 en daar had ik de eer een van de freules Lohman4 ter tafel te moeten geleiden. Gij begrijpt dat zo iets mijn dagelijks werk niet is. Doch ik heb zo goed en zo kwaad als dat ging mij van die zaak gekweten. Hoewel ik mij thuis gevoel in de burgerkringen, en niet in de hogere klassen, vind ik het toch wel goed ook in die hogere kringen eens een kijkje te nemen, opdat men wete, hoe zich later in verschillende omstandigheden te moeten gedragen. Daarom neem ik niet alle hun plichtplegingen en vormen over. O neen! Veel daarin keur ik als onwaar of als nietszeggend af. Doch andere dingen waarin niets slechts, kan men dan voor een ogenblik wel eens tolereren, waar de omstandigheden het eisen. Fatsoenlijk moet natuurlijk een ieder zijn en dit moet men overal kunnen wezen. Van Van Ronkel5⚑ heb ik ook een brief gehad. Hij vertelde me daarin, dat hij tegenwoordig geen verkering had. Dat pretje te Makkum is dus van korte duur geweest. En wat nu mij zelf aangaat, daarvan kan ik nu nog heel weinig zeggen. Misschien later meer. Over een vijf weken denk ik D.V. naar huis te gaan, misschien ook wel wat later, doch dat weet ik nu nog niet. Jij zult dan ook wel spoedig weer opdagen. Als je me voordien tijdig eens wilt schrijven, zal ’t aangenaam zijn. Ontvang mijn hartelijke groeten, je neef

Oepke.

(AN)

Noten

  1. 1

    De latere hoogleraar H.H. Kuyper (1864-1945), zoon van A. Kuyper.↩

  2. 2

    C.W.E. Ploos van Amstel (1864-1938), geref. pred., zie brief nr. 38 (17.4.1888), n. 4.↩

  3. 3

    W. Hovy, zie brief nr. 39 (30.4.1888), n. 7.↩

  4. 4

    Waarschijnlijk jkvr. Françoise Isabelle Henriette de Savornin Lohman, die op 24 juli 1890 in het huwelijk trad met Ottho Gerhard Pierson, zoon van ds. H. Pierson te Zetten. De andere in aanmerking komende freule Lohman: jkvr. Maria Harmanna de Savornin Lohman trouwde in januari 1890 met J. Schwartz, die werkzaam was in de bierbrouwerij de Gekroonde Valk van Hovy en werd wellicht door haar aanstaande begeleid. Het is niet aannemelijk dat de nog jongere jkvr. F.L.W.M. de Savornin Lohman aanwezig geweest is.↩

  5. 5

    J.C. van Ronkel (1872-1934), studiegenoot van ON te Leiden, herv. pred. o.a. te Goudswaard 1897-1899.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 58. A.F. Krull aan Oepke NoordmansZetten 1885-188860. Ouders aan Oepke →