39. Oepke de Roos aan Oepke Noordmans
Amsterdam, 30 april 1888
Neef Oepke,
Vandaag is het juist 14 dagen geleden, dat we met ons beiden van Scharnegoutum naar Amsterdam reisden. Het werd daarom ook tijd, dat ik je eens schreef. Ik dank je wel, dat jij mij zo spoedig een brief toezond. Ik moet je nu ook eens wat van mij doen horen. Het is mij dan nu alsof ik reeds verscheidene weken in Amsterdam ben geweest. Het is weer precies als voor de vacantie, alleen is het weer nu wat mooier. Ik ben ook al spoedig aan het werk geraakt en is dat het geval, dan is men spoedig vergeten, dat men vacantie heeft gehad. De professoren openden ook dadelijk de colleges en alle studenten waren bijna present. Ook die omstandigheid maakte, dat we als te voren weer rustig aan de arbeid gingen. Hantje1 kwam, zoals je weet, een week later. Toen hij terugkwam, was hij een geheel andere man geworden. Ik miste zijn baard. Zijn lange haarlokken waren afgesneden. Ik kan niet zeggen, dit mooier te vinden dan met de baard. Ook Anna2 had het akelig gevonden. Dan komt, denk ik, de baard er spoedig weer uitschieten. Bij de familie Van Dijk3 heb ik gisteravond met Jan Miedema4 een bezoek gebracht. Ik hoorde daar dat Hantje en Harmen5 woensdagavond belijdenis zullen afleggen en gedoopt worden.6 Hun ouders waren Mennonieten. Hedenavond werden ze voor de kerkeraad onderzocht. Een gewichtige week dus voor hen. Vandaag is er ook een deftige visite bij mijnheer Hovy.7 Ongeveer 15 studenten zijn daar ten eten genodigd. Ook ik heb de eer daaronder te zijn met mijn vriend Sjoerd.8 Wij zijn al een beetje bang, dat het ons al te deftig wordt. Doch we moeten het maar eens afwachten. Vrijdagmiddag had hier ook een hele plechtigheid plaats. De zoon namelijk van Prof. Lohman9 doctoreerde hier in het publiek in de rechten.10 Hij had daartoe stellingen te verdedigen, achter zijn dissertatie afgedrukt. Een ieder had het recht hem daarover aan te vallen. Een student en enige onzer professoren traden tegen hem op, waarop hij zich had te verdedigen. Hij bracht het er goed af en werd met de hoogste lof tot doctor gepromoveerd en voor de vacantie promoveert er nog een jurist, een neef van Justus Esser.11 Wij zijn bijna in de examentijd. Dan is het feestvieren van belang. Ook Dijks12 denkt voor de vacantie zijn propaedeutisch te doen. Hij werkt tegenwoordig dan ook van belang. Ziedaar, mijn neef, hoe het hier tegenwoordig... is. Spoedig hoop ik weer eens iets van jou te horen en ik wil hiermee dan maar eindigen. Ontvang hiernevens mijn hartelijke groeten, je neef
Oepke (snoek).
(AN)