598. H.Th. Obbink1 aan O. Noordmans
Utrecht, 16 juni 1938
Geachte Heer Noordmans,
Natuurlijk heb ik er geen bezwaar tegen dat we eens praten. Maar ‘heil’ zie ik er niet meer in. Vooral zo’n brochure van Koopmans2 doet mij de haren te berge rijzen. Zijn nu werkelijk de dagen van Dordt teruggekeerd? De geest die uit de ‘Kerkherstellers’ spreekt doet mij huiveren. En dat ‘Kerkopbouwers’ meedoen om de Kerk tot een dogmatisch gereglementeerde vereniging te maken! Dat ook gij in uw artikel3 de volkomen onjuiste tegenstelling schept: of dit, of alles laten zoals ’t is, vind ik ontstellend. Ge weet wel beter! Maar zover is ’t nu gekomen. De messen worden al geslepen. Straks kan ’t spektakel beginnen. Arme Hervormde Kerk! Gij kunt niet meer terug. Dat zie ik wel. En mij kunt ge nooit winnen voor uw heilloos streven. Waarom dan nog praten? Gij hoort bij Kerkherstel. Kerkopbouw is in de fuik gelokt, argeloos! Het spijt me meer dan ik zeggen kan dat ik zo moet schrijven, maar ’t kan niet anders. In ’t volgend nummer wordt uw stuk geplaatst. Met vriendelijke groeten Uw
H.Th. Obbink.
(AN)