Het stukje van mw. de Vogel werd door de redactie niet opgenomen. Zie de brief van C.L. Patijn aan C.J. de Vogel (’s-Gravenhage, 21 december 1940): ‘Hooggeachte juffrouw de Vogel, Zoals ik wel vermoedde, had de redactie van Woord en Wereld er bezwaar tegen om na acht maanden nog een discussie te openen over een bijdrage. Ik hoop dat u dit bezwaar, dat uitsluitend een technisch bezwaar van tijdschriftleiding is, zult willen verstaan. De heer Noordmans had reeds een naschrift op uw ingezonden stuk gereedgemaakt, dat ik u hierbij tevens toezend. De redactie grijpt deze gelegenheid echter aan om u te verzoeken of u bij gelegenheid niet eens een artikel in Woord en Wereld zoudt willen plaatsen, waarin u de punten behandelt, welke naar uw mening in het kerkelijk en theologisch denken van onze groep onvoldoende aandacht vinden. Prof. Kraemer hoopt hierover namens de redactie eens met u overleg te mogen plegen. Met de meeste hoogachting, uw dw., C.L. Patijn.’ (AKDC). Een artikel van De Vogel in WW is niet verschenen.↩