664. O. Noordmans aan P. Scholten1
Laren (G.), 6 januari 1941
Hooggeachte heer Scholten,
Zeer tot mijn spijt moest ik vandaag te Amersfoort absent blijven.2 Ik had mij voorgenomen te gaan en stond vanmorgen half acht de bus op te wachten toen een reiziger mij vertelde dat de dienst tussen Deventer en Apeldoorn uitgevallen was, zodat ik over Zwolle moest reizen. Ik had nog geen nieuwe dienstregeling en was dus helemaal onzeker of ik de vergadering zou kunnen meemaken, zodat ik thuis gebleven ben. Het gerucht bleek niet helemaal juist. Wel is de IJsselbrug buiten werking gesteld, maar men vindt aan de overzijde van de rivier een trein en er is een pont, die de gaping in de brug bedient. Of de nieuwe dienstregeling een trein bevat, die mij ter vergadering had kunnen brengen heb ik nog niet kunnen nagaan. Intussen zijn heel veel mensen vandaag, ook uit de richting Amsterdam, over Zwolle gereisd, blijkbaar op hetzelfde gerucht. Ik heb het heel jammer gevonden de vergadering gemist te hebben. Ik had graag eens weer de gesprekken meegemaakt, waartoe ik de laatste tijd zo zelden gelegenheid heb. Met schrijven over Woord en Wereld heb ik gewacht op de verschijning van het november-nummer. Nu het uit is kom ik u vragen mij als kroniekschrijver te willen vrijstellen. In de tegenwoordige omstandigheden heb ik te weinig gelegenheid voor waarneming en samenspraak om deze afdeling te blijven verzorgen. Met mijn groeten, uw dw.
O. Noordmans.
(APS)