487. W. Leendertz1 aan O. Noordmans
Rotterdam, 10 januari 1935
Amice,
Het gaat meestal zo dat de benoemde een regen van gelukwensen krijgt en men de nietbenoemde vergeet. Nu weet ik niet of je een benoeming in Utrecht verwacht had - zelf ben je meestal in zulke zaken die je na raken slecht ingelicht - maar ik heb behoefte je na die synodale keuze te schrijven. M.i. had jij wetenschappelijk op het professoraat het meeste recht, en al begrijp ik het bezwaar van je leeftijd, wat had ik je gaarne op die plaats in Utrecht gezien, niet enkel voor jezelf en je gezin, opdat je een werkkring zoudt krijgen die je volkomen bevrediging zou schenken, maar ook voor de studenten. Dogmatiek wordt door velen te zeer als een stichtelijk vak opgevat en hiervan was ik overtuigd, dat jij hun een wetenschappelijke fundering ervan zoudt gegeven hebben. Ik zelf heb op het gebied van kerkelijke benoemingen zovele onaangename en pijnlijke ervaringen, dat ik in deze stellig geheel met je mee kan voelen nu voor de tweede keer deze plaats je ontzegd werd.2 Met zeer hartelijke groeten tt
W. Leendertz
(AN)