578. J. Lindeboom1 aan O. Noordmans
Groningen, 15 februari 1937
Waarde Noordmans,
De eerste bladzijden van Uw brief lezende verheugde ik mij al op wijsheid inzake Henderson’s Ruling Elder2 - maar zie: dat kent ge! En daarmee ben ik vrijwel aan het eind van de akker. Zijdelings is er misschien iets van uw gading te vinden in H.H. Kuyper, De opleiding tot den dienst des Woords (’s-Gravenhage 1891) en in het proefschrift van H.C. Rutgers, Kerkelijke Deputaten (Kampen 1910). Dan is er het werk van Jean de Labadie, Le réformation de l’Eglise par le pastorat (Middelburg 1667), dat weliswaar niet geschreven is als een beschrijving van wat is, maar als een desideratum. Maar het is zeer zeldzaam. Goeters3 vermeldt een exemplaar in de bibliotheek van het Waisenhaus te Halle. Eindelijk: er speelt mij iets door het hoofd dat A. Kuyper over de ambten geschreven heeft, maar ik weet niet waar, en ik heb ’t ook niet kunnen vinden hoewel ik er naar gezocht heb. Dit is alles. Een schamele mededeling! Met vriendelijke groeten, de Uwe
J. Lindeboom
(AN)