723. H.M.J. Wagenaar1 aan O. Noordmans
Den Haag, 12 mei 1944
Zeer geachte dr. Noordmans,
Voor het geval u nog niet op andere wijze in het bezit van een exemplaar van het voorstel van de commissie voor beginselen van kerkorde2 zoudt gekomen zijn, zend ik u hierbij de editie, zoals deze in de komende classicale vergaderingen ter tafel komt. Indertijd hebt u tegen de reglementen op de predikantstraktementen, enz., uw bezwaren geuit.3 Voorzover deze het kerkordelijke element van deze voorstellen betreffen, was ik het - ofschoon ik ze zelf ontworpen had - met u eens. Alleen het feit, dat deze zaak in 1940 niet anders dan in de trant van de bestaande reglementen kon worden gegoten, heeft mij over het bezwaar doen heenstappen, dien bundel, waarvan ik een grondige afkeer heb, nog te helpen verbeteren en uitbreiden. Ik heb deze arbeid echter altijd als voorlopig gezien in de hoop dat de gelegenheid zou komen, om dit alles nog eens op een ‘kerkelijk verantwoorde’ wijze te ordenen. Als de tekenen niet bedriegen, is er wel veel kans, dat deze gelegenheid in de naaste toekomst zich zal voordoen. Met de meeste hoogachting, uw dw.,
H.M.J. Wagenaar.
(AN)