890. H.M.J. Wagenaar1 aan O. Noordmans
’s-Gravenhage, 16 januari 1951
Zeer geachte dr. Noordmans,
Hoewel u geen lid meer bent van de werkgroep ‘Kerk en Overheid’ zouden wij toch nog gaarne voor één keer een beroep op u willen doen. De zaak is n.l. deze, dat ons door de Generale Synode ter advies is toegezonden een brochure van het Humanistisch Verbond inzake ‘Eed en Belofte’. Op de laatste vergadering van Kerk en overheid is deze brochure aan de orde gekomen. Volledigheidshalve sluit ik een exemplaar van de notulen van deze vergadering hierbij in, zodat u zich een beeld kunt vormen van hetgeen daar bij deze gelegenheid gezegd is over het betreffende vraagstuk. Zoals u ziet, heeft prof. van Ruler2 op zich genomen een memorie over genoemd onderwerp op te stellen. Een dezer dagen ontving ik echter een schrijven, waaruit mij bleek, dat prof. van Ruler opnieuw maaglijden had, tengevolge waarvan hij volledig rust moet houden en van het maken van een memorie moet afzien. Mijn vraag aan u is nu deze: zoudt u bereid zijn de werkgroep ten deze van dienst te zijn door uw gedachten omtrent het vraagstuk ‘Eed en Belofte’ voor ons op papier te zetten. Wij betuigen u bij voorbaat hiervoor onze oprechte dank. Uw berichten met belangstelling tegemoetziende, verblijf ik met de meeste hoogachting,
H.M.J.Wagenaar, wnd. secretaris
(voor deze mej. dr. J. van Rossum)
(AN)