Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Lunteren

Weergave
Passages naar Readwise sturen

804. Bjarne Kristensen1 aan O. Noordmans

Leiden, 27 december 1947

Hooggeachte Broeder in Quisque,

Het is met schroom dat ik, jeugdige zoon der Maagd (die in uw tijd nog niet Maagd heette, maar Vrouwe Quisque) naar de pen grijp om u te schrijven. Ik heb deze schroom overwonnen door een voorwendsel te bedenken. In de ereleden-lijst van Quisque is namelijk niet uw naam opgenomen. Hoewel ik mij moeilijk kan voorstellen, dat de Eeuwig Jeugdige vergeten zou hebben een Harer zonen in deze luisterrijke lijst te vereeuwigen, kan ik mij nog minder indenken, dat gij nooit uit de rijen van het Strijdend Quisque in die van het Zegevierend Quisque zoudt zijn overgetreden, weshalve ik toch een vergissing veronderstel. Zoudt gij ons kunnen mededelen, wanneer u de bul des erelidmaatschaps in ontvangst genomen hebt?2 Dit was het voorwendsel. Nu ga ik door. Met Kerstmis kreeg ik een exemplaar van de ontwerp-kerkorde, waaronder ook uw naam staat.3 Ik las haar met buitengewone bewondering en vreugde. Vooral ordinantie 6 (vooral art. 7 over de raad voor de eredienst)4 en ord. 7.135 over het seminarie voor candidaten klonken mij als zoete honing in de oren. Het geheel ademt de liefelijke geur van Gemeente Opbouw in sterke mate, hetgeen mijn hart verheugt. Waar de lezer in de inleiding verzocht wordt van zijn stokpaarden te stijgen en de paden der commissie te volgen, trachtte ik mijn liturgische inslag het zwijgen op te leggen (wat niet steeds nodig bleek), mij in te leven in hetgeen een Gereformeerde Bonder onmisbaar acht (wat moeilijk is) en mijn oecumenische enthousiasme te vergeten (wat volkomen overbodig bleek). Ook heb ik bijvoorbeeld niet de vergelijking gemaakt met het ontwerp der Canon Law of the Church of England,6 dat zijn lezer direct naar de grazige weiden der practische theologie voert: de Nederlanders zijn nu eenmaal niet zo practisch. Mijn slechts half Nederlandse bloed vloeie misschien gemakkelijker in het Engelse ontwerp, wat de aanpak (en de uitvoering!) daarvan betreft - dat vergeet ik gaarne. Dr. Noordmans, ik ben mij er van bewust, dat ik veel en veel te veel van uw tijd gevergd heb, en ik durf u niet om een antwoord te vragen. De meeste antwoorden zullen in diverse discussies later wel komen. Maar in mijn reactie van buitengewone vreugde over deze nieuwe voorstellen heb ik nu plotseling ook mijn vraagtekens afgereageerd. Ik ben er blij om, want des te overtuigd er zal ik dit ontwerp nu kunnen verdedigen tegen eventuele aanvallen van broeders of andere studenten. Nogmaals - ik verwacht geen antwoord op dit alles. Ik hoop, dat de practijk het mij zal geven. Maar ik ben toch erg blij dat ik deze eerste vragen, die bij mij opkwamen, heb mogen spuien. Ik zal u deze brief zeker niet aangetekend verzenden! (Hoe schrok ik als ik in het Ontwerp telkens een aangetekende brief genoemd zag, waar een ernstig persoonlijk gesprek had moeten staan - als de kerk weer een genootschap bleek te zijn.) Ik bied u mijn verontschuldiging aan voor mijn lange betoog, maar boven al dank ik u voor het waarlijk prachtige ontwerp, dat mij, ondanks mijn vragen, zo ideaal lijkt! Na deze aanslag op uw tijd durft nauwelijks te schrijven: semper manet vinculum,7 Uw,

Bjarne Kristensen

(AN)

Noten

  1. 1

    B. Kristensen (geb. 1921), zoon van de Leidse godsdiensthistoricus W.B. Kristensen, herv. pred. te Blija 1951, Stolwijk 1956, Drempt 1958, Garmerwolde-Thesinga 1965 tevens bijstand in Groningen, studentendecaan RUG 1969-1986.↩

  2. 2

    Het Collegium Theologicum cui Symbolum ‘Quisque Suis Viribus’ (= theologisch gezelschap onder de zinsspreuk “Ieder naar zijn eigen krachten”) werd opgericht 19 februari 1841 en is het oudste nog bestaande theologisch dispuut van Nederland. Het karakter van het gezelschap is te typeren als: wetenschappelijk, rijk aan traditie en liberaal. Het laatste vooral in de zin, dat van oudsher de meest uiteenlopende kerkelijke richtingen binnen Q.S.V. hun plaats hebben gevonden. Noordmans is 30 november 1891 geïnaugureerd als lid van Q.S.V; in februari 1893 werd hij niet meer als lid beschouwd wegens ziekte. Blijkens de notulen was Noordmans aanwezig tijdens de eeuwfeestviering en hield hij daar een speech over ‘Quisque in the naughty nineties’. In 1948 is Noordmans tot erelid benoemd.↩

  3. 3

    Ontwerp voor een Kerkorde der Nederlandsche Hervormde Kerk; de Inleiding hierbij, gedateerd Nunspeet, 24.10.1947, is ondertekend door de leden van de commissie voor de kerkorde, uitgezonderd H. Kraemer.↩

  4. 4

    Ord. 6 ‘Ordinantie voor den predik- en eeredienst’, art. 7 ‘De raad voor den eeredienst’.↩

  5. 5

    Ord. 7 ‘Ordinantie voor de opleiding en vorming van den dienaar des Woords en voor den theologischen arbeid der Kerk’, art. 13 ‘De voorbereiding voor het colloquium’: ‘Ter voorbereiding van het colloquium volgt de candidaat gedurende een tijdvak van vier maanden en in internaatsverband de vorming aan een door de commissie voor het theologisch hooger onderwijs in het leven geroepen seminarium, welks rector en docenten worden benoemd door de generale synode, waartoe die commissie een aanbeveling indient. Aan dit seminarium worden in het bijzonder ook gedoceerd de methodiek van den arbeid onder de buitenkerkelijken, onder inschakeling van het instituut voor Kerk en wereld; de contemporaine geestelijke stroomingen; het kerkelijk lied; en het dienstboek der Kerk.’↩

  6. 6

    The Canon Law of the Church of England. Being the report of the Archbishop’s Commission on Canon Law, together with Proposals for a Revised Body of Canons; and a Memorandum ‘Lawful Authority’ by the honourable Mr. Justice Vaisey (London 1947).↩

  7. 7

    Deze spreuk wordt ook genoemd in de notulen van de ‘oudejaars’-vergadering van Q.S.V. op 17.2.1948, waar N. werd benoemd tot erelid: ‘... wanneer dan eindelijk het uur der uren is gekomen en twaalf slagen van (de) Q.S.V. klok het 108e jaar van het Eeuwig Manet Viculum hebben ingeluid ...’↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 803. K.H. Miskotte aan O. NoordmansLunteren805. O. Noordmans aan W.A. Zeydner →