939. W.A. Hoek1 aan O. Noordmans
Rheden (de Steeg), 26 maart 1954
Zeer geachte collega Noordmans,
Even wilde ik u zeggen, dat de post mij een goede morgen bracht. En dat in de vorm van In de Waagschaal, met eindelijk, eindelijk weer een artikel2 van uw geest en hand. Ik heb het nog niet gelezen. Men moet ook eens wat in voorraad weten te houden. Dat deden wij als kinderen ook met iets, dat heel heerlijk was. Je vond het een vreugde, het voorlopig niet uit te pakken. En op de oude dag keert het kinderlijke terug. Is dat degeneratie? Het behoeft toch niet. Van ouder worden gesproken, ik leef crescendo bij 1 Petr. 4:2, gesecundeerd door Gal. 2:20. Anders weet ik niet, hoe de tijd, die nog overig is ‘in het vlees’ behóórlijk door te komen. Wat u betreft, ik hoop nog telkens door een getuigenis uit uw geloof en denken gesterkt te mogen worden bij die poging, met vreugde en ere oud te zijn. Met hartelijke groeten en beste wensen Uw
W.A. Hoek
P.S. Nu heb ik het toch gelezen. Zeer dank! Dadelijk ga ik naar De Steeg naar een convent van dominees en paters. Gastheer is de pastoor aldaar. Ik neem In de Waagschaal mee. Wie weet, hoe het te pas komt.
(AN)