Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Lunteren

Weergave
Passages naar Readwise sturen

948. O. Noordmans aan A. Szekeres1

Lunteren, 20 juli 1954

Het boek2 heeft indertijd hier te lande wel erkenning gevonden, maar juist die scheppingsleer heeft men meestal links laten liggen. Men vond blijkbaar de opzet daarvan te radicaal. Prof. W.J. Aalders noemde in een recensie Jacob Böhme3 in verband met mijn boek. - Het werk is uit de circulatie geraakt en tot een herdruk kwam het nog niet. - Deze herfst zal hopelijk een bundel van mij uitkomen van meditaties en artikelen uit In de Waagschaal.4 Daarin is, in de vorm van overdenkingen en overpeinzingen een soortgelijke verwisseling van eerste en tweede artikel toegepast, als in Herschepping. Nu niet tussen schepping en zondeval, maar tussen gestalte en geest. Daardoor heeft een omzetting plaats van Evangeliën en Handelingen, Petrus en Paulus, Rome en Genève. Deze ‘metabole’ ligt bij de schepping en nu bij Pinksteren zo voor de hand en zij is in de kerk, onbewust veelal, zo geregeld toegepast, dat men zich erover moet verbazen, dat, als zij geformuleerd wordt, dit als iets gewaagds en iets radicaals wordt terzijde gelaten. Toch is dit telkens haar lot. Daarom was het voor mij, zoals u zult begrijpen, een blijde verrassing, toen u mij schreef, dat u de betekenis ervan had gezien en dat dit een ommekeer in uw denken had teweeggebracht. In de prediking wordt daardoor een hindernis weggewerkt, een steen afgewenteld. De Geest krijgt ruim baan tegenover de gestalte...5

(AN)

Noten

  1. 1

    Zie de brief van nr. 935 (3.3.1954), n. 1.↩

  2. 2

    Herschepping, VW 2, 214-322.↩

  3. 3

    W.J. Aalders , ‘Het boek Herschepping van ds. O. Noordmans’ in Eltheto 89 (1934/1935) nr. 6, 161-175. Aalders stelt in zijn recensie onder meer dat ON tekort doet aan de ‘recapitulatiefiguur’ en daarmee aan de ‘cosmische perspectieven, die in de brieven aan de Epheziërs en de Colossenzen zo ver en zo duidelijk worden geworpen.’ Aalders vervolgt dan aldus: ‘Volgens ds. Noordmans is de vernedering van Christus, zijn lijden en dood, niet slechts een episode in de schepping, maar economisch beginsel. Hier ontwikkelt hij opeens een fusie van het religieuze en het cosmische, die mij verbaast en aan Böhme of De Hartog doet denken. Maar dit daargelaten. Ik meen, dat de vernedering van Christus inderdaad een episode is, evenals de incarnatie zelve. Zij draagt het karakter van een interim, een incident, zij het al één van beslissende betekenis, zoals een over leven en dood beslissende operatie in het leven van een organisme.’ Verderop signaleert Aalders ‘vele echt Lutherse trekken’: ‘Daartoe behoort ook het dualisme, dat eigenlijk voor de schepping en hare categorieën geen plaats heeft, en waartegenover staat een monisme, waardoor wat in deze schepping waarde heeft, het geloof en zijn werkzaamheid, direct en exclusief als Gods werking wordt opgevat. Vandaar dan ook, dat bij Luther het geloof op God en de liefde op de naaste is gericht. Deze scheiding is tekenend. Hierbij kan ik mij niet onttrekken aan de gedachte, die mij bij de lezing telkens inviel of dit dynamisme niet zekere verwantschap vertoont met Jakob Böhme. Men zegge niet te spoedig, dat de theosophie van Böhme volstrekt geen ‘Wahlverwantschaft’ heeft met de theologie van ds. Noordmans, maar men vrage liever naar de wortels van de theosophie en de theologie van de één en de ander.’↩

  4. 4

    Gestalte en Geest, VW 8, 179-478.↩

  5. 5

    Er is helaas slechts een fragment van deze brief bewaard gebleven.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 947. R. Dijkstra aan O. NoordmansLunteren949. R. Dijkstra aan O. Noordmans →