Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B · 8. Lunteren

Weergave

905. O. Noordmans aan H.C.J. van Deelen1

Lunteren, 20 september 1951

Dit is geen ‘Ingezonden’!!

Waarde collega,

Met veel belangstelling las ik in Het Orgaan uw artikel over Vicarie Perikelen.2 Gij zoudt een opzegging van het contract als mogelijk ... willen noemen. Inderdaad wordt de vicarie aan het contract van 1861 opgehangen. Maar ik vraag mij af, of het koord sterk genoeg is. Het Hof heeft geoordeeld, dat dit wèl het geval is, omdat het bestuur van de vicarie het jaar 1951 toen wel kon zien aankomen. Maar er zijn ook wel eens rechters in Nederland, die met een ezelskinnebakken rechtspreken. De Hoge Raad is er ook nog. Nu heeft deze Hoge Raad op 11 december 1914 een aardige uitspraak gedaan, omtrent stichtingen: ‘De aan het vermogen gegeven bestemming om te worden aangewend ‘voor uitkeringen voor liefdadige doeleinden’ is een duidelijk bepaalde, zij het wijd begrensde. De aan de bestuurders gegeven bevoegdheid om in ieder geval te beoordelen, of een uitkering een liefdadig doel zou hebben en dus binnen de kring zou vallen der aan het vermogen gegeven bestemming, ontneemt aan het doel zijn bepaaldheid niet’ (Burg. Wetboek, Cremers, 4e druk, Arnhem 1950, blz. 927). M.a.w.: het doel ligt objectief bepaald en niet subjectief. Heeft er dus door bestuurders een subjectieve bepaling plaats gehad, dan blijft beroep op de objectieve mogelijk. Het is in uw artikel niet zo duidelijk hoe het zit met de school. De vicarie bestreed allerlei kosten, ook tenslotte van ‘school en kerkhof’. Dan ook nog enig kerkelijk onderwerp en sedert de wet van 1857 ‘enig lager onderwijs te Tuil’. Was die school bij het kerkhof hetzelfde als lager onderwijs sedert 1857? Waarom dan dubbel genoemd? Het moet de openbare gemeenteschool zijn. Maar was dat misschien vroeger een kerkelijke school, toen de vicarie gesticht werd en nog veel later? En is de school bij ’t kerkhof in 1857 uit de ‘pius usus’ overgegaan naar de ‘profanus usus’, zodat daardoor de verdubbeling ontstaat? Wanneer de school binnen de ‘pios usus’ valt, kan er dan intern een contract gesloten worden? En wanneer zij er buiten valt, dan blijft de objectieve bepaling gelden, zodat er in 1951 beroep mogelijk is tegen 1861. Nu lijkt mij dat de vicarie nog niet hangt! Caveant consules!3 Het bestuur mag het fonds toch niet vervreemden?4 Met vriendelijke groeten,

O. Noordmans.

(ABNP)

Noten

  1. 1

    H.C.J. van Deelen, zie brief nr. 466 (2.8.1934), n. 8.↩

  2. 2

    H.C.J. van Deelen, ‘Vicarie perikelen’ in Het Orgaan (1951), nr. juli/aug., 2v.↩

  3. 3

    Lat.: Laten de consuls toezien (vrij naar Cicero).↩

  4. 4

    W. Balke, ‘Noordmans en de Vicarie te Tuil’ in Liber Amicorum aangeboden ter gelegenheid van zijn veertigjarig jubileum als advocaat aan mr. L. Hardenberg (Amsterdam 1993, niet in de handel), 17-23.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 904. O. Noordmans aan J.J. Buskes8. Lunteren906. O. Noordmans aan H.C.J. van Deelen →