Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Lunteren

Weergave
Passages naar Readwise sturen

874. O. Noordmans aan H.C.J. van Deelen1

Lunteren, 1 juni 1950

Waarde collega van Deelen,

Hiernevens gaat een artikeltje ‘Zo ver gaat dit niet’,2 naar aanleiding van het stukje van Visser (Apeldoorn).3 Zoudt gij het in het volgend nummer kunnen plaatsen? Gaat dit niet, dan ontvang ik het gaarne terug, om het elders in te zenden. Worden artikelen nog gehonoreerd? U hebt mij een hele tijd geleden, eens artikelen gevraagd. Ik heb er weinige ingezonden, maar meen mij te herinneren, dat ik vroeger een honorarium kreeg. Van mijn vorig artikel over ‘Het Emeritaat’,4 een paar jaar geleden, herinner ik mij dat echter niet. Maar ik kan mij vergissen; ik heb het niet nagekeken. Verder zou ik graag een opgave van de kosten van ziekenhuis-verzekering van u ontvangen. Voor mij zelf zal het wel te laat zijn. Ik ben pas zes weken verpleegd. Maar voor vrouw en zoon? In Laren (G.) hadden wij een plaatselijk fonds. Eindelijk mag ik misschien nog eens mijn verwondering over uitspreken dat het Orgaantje nog steeds doorgaat. Ik zal er niets meer van zeggen. Ik vind het blamerend voor de Bond. Vergeef mij deze openhartigheid. Met collegiale groeten,

O. Noordmans.

(ABNP)

Noten

  1. 1

    H.C.J. van Deelen, zie brief nr. 466 (2.8.1934), n. 8.↩

  2. 2

    ‘Zo ver gaat dit niet!’, VW 5, 590-592. Het stukje gaat over de bevoegdheden van de emeritus.↩

  3. 3

    P. Visser (1897-1973), herv. pred. o.a. te Amsterdam en Apeldoorn.↩

  4. 4

    VW 5, 583-586.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 873. O. Noordmans aan K.H. MiskotteLunteren875. O. Noordmans aan H.C.J. van Deelen →