Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 1, p. 433–434

Weergave
Passages naar Readwise sturen

Een pessimistische verwachting1

In een te 's-Gravenhage verschijnend kerkelijk blad schreef dr. J. H. Gerretsen, hervormd predikant aldaar, onlangs ondermeer: "Ik verwacht dat onze kerk als kerk van de mannen van de Gereformeerde Bond zal blijven voortbestaan. Onze kerk zal een gereformeerde belijdeniskerk worden en aldus als een c naast de andere Gereformeerde Kerken a en b voortbestaan. Het verschil in kerkopvatting zal tegenover de principiële leerstellige eenheid verdwijnen. Te gemakkelijker zal dit kunnen geschieden, omdat in een kerk, opgetrokken in de stijl van de Gereformeerde Bond, de idee van volkskerk, het grote verschilpunt van heden tussen de afgescheiden en dolerenden enerzijds en de Nederlandse Hervormde Kerk anderzijds, toch te loor gaat. Dr. Kuyper, die in 1886 een kerkrechtelijke nederlaag leed, heeft wezenlijk in onze kerk getriomfeerd. Ook hier zal, zoals telkens is geschied, een kerkrechtelijke overwinning een wezenlijke nederlaag blijken te zijn."a

Deze woorden zouden in hun verband moeten gelezen worden om te weten in hoeverre de daarin uitgesproken vrees onvoorwaardelijk wordt gekoesterd. Wij vonden die woorden overgenomen in een ander verband dan waarin de schrijver ze plaatste en het is ons daarom niet mogelijk te zeggen hoe donker precies de blik van de schrijver is. Voor ons doel doet er dat echter hier minder toe. Het was er ons hier om te doen aan de lezers een vraag voor ogen te brengen die in bovengenoemde aanhaling duidelijk is gesteld. Of de daarin uitgesproken vrees in vervulling zal gaan, hangt ook mede hiervan af, of de leden van onze Hervormde Kerk zich helder bewust zullen worden van het daarin zo duidelijk gestelde vraagstuk.

Is onze kerk bestemd om 'als een c naast de andere Gereformeerde Kerken a en b voort te bestaan', dan mist ze reeds nu haar bestaansreden. In de christelijke kerk komen geen aparte formaties te pas wanneer ze niet voor alles geboden zijn. Daarbij vallen vragen omtrent kerkgebouwen, traktementen, subsidies en dergelijke geheel in 't niet. Wie in een zekerjaar, nu ruim twintig jaar geleden, de bekende processen won,2 was geen onverschillige vraag. En welke houding in de toekomst de Staat der Nederlanden tegenover de religie in 't algemeen en onze Nederlandse Hervormde Kerk in 't bijzonder zal aannemen, is een zeer belangrijke vraag. Maar oneindig gewichtiger is de vraag hoe het er in het gemoed van de Nederlandse christen in de twintigste eeuw zal uitzien. Welke houding hij zal aannemen tegenover 'de schare, die de wet niet weet' (Joh. 7 : 49). Daarbij staat eenvoudig alles op het spel: én de toekomst van onze kerk én de toekomst van ons volk én allermeest de loop van Gods Woord.

In het hierboven door ons aangehaalde citaat wordt 'verschil in kerkopvatting' gesteld tegenover 'leerstellige eenheid'. De schrijver meent dat op de duur de opvattingen omtrent kerk van de gescheidenen ook in onze kerk zullen overgenomen worden omdat de leerstellige eenheid de overhand zal behouden en het bloed zal kruipen waar 't niet gaan kan. Maar onze kerkrechtelijke gedragslijn is niet alleen een zaak van praktijk, maar hangt samen met onze opvatting van Gods Woord. Dr. Van Ronkel3 heeft indertijd in de eerste jaargangen van De Gereformeerde Kerk een geheel andere toon uit Gods Woord laten horen dan wat er in de gescheiden kringen uit gehaald werd. Wij betwisten de leerstellige eenheid met de gescheidenen. Zeker, we geven gaarne toe dat we overeenkomen in eerbied voor de belijdenisschriften van onze kerk. We hebben allebei even grote instemming met de houding door onze vaderen tegenover de geestelijke machten van hun tijd aangenomen, maar tegenover de geestelijke machten onzer dagen staan we niet gelijk. Over kerk, staat, wetenschap, onderwijs, doop, tucht en belijdenis denken we verschillend. Deze verschillen schijnen thans dikwijls nog onbeduidend. Het schijnt dat de een slechts een andere verklaring geeft dan de ander. De uitwerking echter van die verschillen betekent steeds groter verwijdering. We zijn overtuigd dat een van beiden gelijk zal krijgen. De waarheid is één. Deze beslissing valt echter in de geschiedenis en de dingen die komen zullen, mogen die beslissing brengen. Voor de eerlijke proef moet echter vaststaan dat wij onze eigen inzet hebben. Dat bedoelt dr. Gerretsen ook. Hij vreest alleen maar dat het ons gaan zal als de Trojanen waarvan Homerus vertelt. In hun stad kwam een groot houten paard binnen waarover ze zich zeer verheugden. In dat paard zaten echter Grieken die straks de oorzaak werden van de val van hun stad. Laten we ons voornemen om steeds meer op lading dan op leuze te letten.

Voetnoten

  1. a

    N. citeert hier Gerretsen naar De Heraut (23.2.1913) nr. 1831. Het is afkomstig uit de reeks van zes artikelen die J. H. Gerretsen wijdde aan de brochure van Slotemaker de Bruine Plaats en taak van de Hervormde Kerk in het Kerkelijk Weekblad gewijd aan de belangen der Ned. Hervormde Gemeente te 's-Gravenhage, 2 (1912) nr. 49, p. 1.↩

Eindnoten

  1. 1

    Een pessimistische verwachting verscheen in HZ. 6 (1913) nr. 8.↩

  2. 2

    Op 15 juni 1888 sprak de Hoge Raad uit, dat beheerders van kerkelijke goederen, die door de kerkbesturen van hun bevoegdheid waren vervallen verklaard vanwege dolerende gevoelens, geen recht op het beheer of het bezit van die goederen meer hadden en alles af moesten geven wat nog van die goederen onder hun berusting was. met veroordeling tot het betalen van alle kosten van het proces. Hierdoor werden de diverse processen beslist over het beheer der kerkelijke goederen, die na de Doleantie door de kerkelijke besturen aangespannen waren tegen dolerende beheerders.↩

  3. 3

    Ph.S. van Ronkel (1829-1890), hervormd predikant, van 1873-1881 te Amsterdam, vanaf 1883 te Leiden. In zijn Amsterdamse periode medestander van A. Kuyper; daarna distantieerde hij zich van hem en sloot zich na de Doleantie aan bij Hoëdemaker. In diens blad De Gereformeerde Kerk publiceerde Van R. talrijke kritische artikelen over de 'dolerenden'.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet onder Weergave de correcties aan om de verbeterde OCR-fouten en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Paepse stoutighedenDeel 1Moderne theologen →