Blaise Pascal1
We bezitten een korte levensbeschrijving van Pascal, door de hand van z'n zuster Gilberte, madame Périer. Daarin komt een mededeling voor omtrent een van z'n mathematische ontdekkingen. Het betreft de lijn, die 'na de rechte lijn en de cirkel het meest in de wereld voorkomt': de cycloïde of roulette. Dat is de lijn, die een punt op de omtrek van een rollend wiel beschrijft gedurende één omwenteling.a Het is in de latere lijdensjaren van z'n leven, in een slapeloze nacht. "Il lui vint une nuit dans l'esprit, sans dessein, quelque pensée sur la proposition de la roulette. Cette pensée étant suivie d'une autre, et celle-ci d'une autre, enfin une multitude de pensées qui se succédèrent les unes aux autres, lui découvrirent comme malgré lui la démonstration de toutes ces choses, dont il fut lui-même surpris. "b
De voorstelling van de toedracht is hier waarschijnlijk wel iets vereenvoudigd. De beschrijving, die Pascal er zelf van gegeven heeft,c doet denken aan een ietwat meer methodische bezinning. Maar het geniale moment in de ontdekking is toch wel onovertrefbaar weergegeven in die mooie, mathematisch-juiste en streng-eenvoudige zinnen van z'n zuster, die sterk herinneren aan de eigenschappen van z'n eigen stijl. Gilberte laat ons schouwen in een gedachtenwereld van eigen huishouding. Ze komen, ontmoeten elkaar, verbinden zich, geheel naar eigen wil en vooropgezet plan. De denker doet dit alles niet. Het gebeurt 'comme malgré lui'. Aan zijn kant is de verwondering. Hij denkt in het duister. Men kan bijna evengoed zeggen, dat hij niet denkt. Maar daar komen ze, eerst één, daar achter een andere, tenslotte een menigte - als in de Kerstnacht!
Dit bovenpersoonlijk karakter van het geniale denken - en tenslotte van alle denken - kan men het best bewonderen bij de Franse geest. Hier is een prachtige verbinding van oorspronkelijkheid en klaarheid, die het ons mogelijk maakt de wording van waarheid dichter te naderen dan elders. Het heldere medium van de taal, de gekristalliseerde gedachte, laat bovendien zo weinig mogelijk van het licht, dat de waarheid uitstraalt, verloren gaan, ja schijnt de zuiverheid soms nog te vermeerderen.
Dit alles geldt weer in verhoogde mate van Pascal. Bij hem staat het zo op de voorgrond, dat hij ook weer in de geschiedenis van het geniale denken en de grote letterkunde een uitzondering vormt. In de wis- en natuurkunde staat hij minder vooraan dan Galilei, Descartes, Newton of Leibniz. Z'n ontdekkingen hebben, als al z'n werk, een fragmentarisch karakter. Maar uit een oogpunt van geniale vinding, van bovenpersoonlijk denken, is niemand met hem te vergelijken. Bij geen ander wordt zó onze fantasie in werking gesteld omtrent de mogelijkheden, die zouden hebben bestaan, als hij niet toevallig en bij grote tussenpozen, spelenderwijs, in z'n korte leven zich met wetenschappelijke problemen had beziggehouden, maar z'n vervaarlijke genialiteit geregeld, methodisch en lang had kunnen aanwenden.
Dit is echter nog maar de minder bekende, bijna zei ik, de vergeten kant van Pascals genie. Z'n grootste roem dankt hij aan z'n Provinciales en Pensées. Maar ook in dat opzicht is hij een éénling. Het komt in de zeventiende eeuw meer voor dan thans, dat vooraanstaande vakgeleerden tevens moralisten en theologen zijn. Ik denk aan Hugo de Groot. Maar bij Pascal is de genialiteit naar beide kanten even groot. Om voor deze zeldzame verbinding van geometrische en morele begaafdheid een parallel te vinden zou men tot de Oudheid moeten teruggaan.
Ook als stilist neemt Pascal deze uitzonderingspositie in. De nauwe verbinding van de gedachte met woord en volzin, het bijna restloze opgaan van de eerste in de beide laatsten en het gebruik van het woord tevens als definitie, zoals die voor 't eerst bij hem voorkomen, hebben in de Franse taal een helderheid geschapen, die niet uit letterkundige vlijt, zonder meer, te verklaren is. Pascal heeft die volmaaktheid zeker niet zonder inspanning en methode verkregen. Een van z'n provinciales heeft hij dertien maal beproefd.d Maar de eerste 'brief' schept toch dadelijk een absoluut nieuwe taal, volgens Voltaire3 het eerste geniale Franse proza.e Deze kwaliteit is niet te verklaren uit een eindeloos polijsten van de vorm. De opening van de reeks was een coup-de-maitre. We moeten hier aannemen een regelrecht contact van het genie met die sfeer, waar woord en idee elkaar ontmoeten en ter bruiloft leiden. Pascal is niet de enige geweest, aan wie deze genade te beurt is gevallen. Maar in het Franse idioom schept dit gebeuren toch wel een visioen van grote klaarheid. ⚑Pascal werd geboren in juni 1623 te Clermont. Z'n familie behoorde tot de hogere ambtenaarsstand. Er waren twee zusters; een oudere, Gilberte, van 1620 en een jongere, Jacqueline, van 1625. In 1631 gaf Etienne Pascal z'n betrekking op om zich geheel aan de opvoeding van z'n kinderen te kunnen wijden. Hij vestigde zich te Parijs. - Ziekte en genialiteit gaan soms samen. Bij Blaise vertonen ze zich reeds vroeg en vormen verder samen de beide componenten van z'n leven. De eerste trad op in de vorm van een raadselachtige afwijking, waarbij het zien van z'n ouders hem stuipen gaf, evenals de aanblik van water. Men hield het kind voor betoverd. Het genie blijkt uit het bekende verhaal, dat bijna het karakter van een legende heeft gekregen, hoe hij op twaalfjarige leeftijd de euclidische meetkunde tot aan de 32e stelling, niet aanleerde, maar zelf uitvond. Als vijftienjarige knaap wordt hij op een partijtje aan Richelieu voorgesteld als geleerd mathematicus.f
Het verblijf in Parijs duurde tot 1639. De familie stond er in goed aanzien. Vooral de kinderen trokken zeer de aandacht. Mondain leven ging gepaard met levendige deelname aan de discussies in wetenschappelijke samenkomsten. Beide waren niet streng gescheiden. In de Parijse salons van die dagen ontwikkelde zich een druk wetenschappelijk verkeer. Oude en nieuwe denkwijzen zijn er nog niet duidelijk gescheiden. Scholastieken, alchimisten, astrologen en mathematici kan men er aantreffen. "De zestiende eeuw", zegt Bouillier in z'n Geschiedenis van het cartesianisme, "had de rede geëmancipeerd, maar haar geen regel weten te geven."g Dat belangrijke werk hield de geleerden bovenal bezig in het tweede kwartaal van de zeventiende eeuw. Vooral Descartes zal het ter hand nemen. Het was bovenal met het oog op de natuurwetenschap, dat dit beproefd werd. Daarvoor moest echter allereerst een mathematisch instrument worden geschapen. Men had nodig de wetten te leren kennen, die de getallen, de bewegingen der lichamen en de ideële ruimte regeren. De symbolen moesten worden geschapen, waarmee die verhoudingen worden aangeduid. De algebra, de analytische meetkunde en de differentiaalrekening.
In de clubs, die Pascal bezocht, is de belangstelling in deze richting bepaald. Maar alles draagt nog een voorlopig karakter. Het is een vrolijk en geestig spel van puzzle en oplossing, waarin Blaise uitmunt. Maar straks breidt het debat zich uit en wordt steeds ernstiger. De bekende pater Mersenne te Parijs wordt het middenpunt van een levendige correspondentie, waarin hij alle Europese werkers op dit gebied met elkaar in contact houdt. De methode, de regel voor de rede, begint haar lijnen te tonen. ⚑Men kan misschien zeggen, dat Pascal tot de eerste, de meer zuiver geniale periode, is blijven behoren. Z'n denken was wel in ieder opzicht op methode gericht. Ook op mathematisch en natuurwetenschappelijk gebied heeft hij haar voorbereid in verschillende richtingen. Maar z'n werk blijft fragmentarisch. Het karakter van vinding staat heel sterk op de voorgrond.
Van 1639 tot 1648 woont de familie in Rouaan. Ettienne Pascal is weer koninklijk ambtenaar. Ook daar heerst letterkundig en wetenschappelijk leven. Te Rouaan vindt en volmaakt Blaise, om de telling der soms weinig zachtzinnig geïnde belastingpenningen te vergemakkelijken, z'n rekenmachine. In de latere jaren richt zich z'n denken ook op het beroemde probleem van het 'ledige', dat door de proef van Torricelli uit de scholastiek in het bereik van het moderne onderzoek was gebracht. Iedereen weet van de proef op de Puy-de-Dóme, waartoe dit aan Pascal aanleiding gaf.
Wij moeten thans voorgoed afscheid nemen van deze zijde van Pascals genie. De ruimte die ons nog overblijft in dit opstel moet gewijd zijn aan de morele zijde van Pascals denken. Daartoe moeten we nu allereerst kennis maken met een kring van mensen, die een heel aparte plaats innemen in het Franse en, in 't algemeen, in het christelijk leven. Ik bedoel die, welke wordt aangewezen door de naam Port-Royal. Het is een in 1204 in de omgeving van Parijs gesticht cisterciënzer klooster. De beroemde nieuwe geschiedenis van dit huis begint haar jaartelling op 25 september 1609, een dag, die in z'n annalen bekend staat als 'la journée du guichet'. Op die datum weigerde de zeventienjarige abdis Angélique, dochter van een bekend Parijs advocaat Arnauld, aan haar vader en verdere familie de toegang tot het klooster, volgens de strengere regels, die daarvoor op het concilie van Trente waren vastgesteld. Men leze de bijzonderheden eens na in het mooie werk, dat Sainte-Beuve4 over Port-Royal heeft geschreven.h
Deze merkwaardige, fiere strengheid van het dappere Franse meisje was geen gewone uiting van een naturel, geboren om te heersen en te hervormen. Haar natuur was die dag zwak genoeg en liet haar achter in een bezwijming. Haar houding was openbaring van een ascetisch genadeleven, zoals de roomse kerk dat kent en waarvan Port-Royal de zuiverste openbaring is geweest. Hier wilde men van 'accommodements avec le ciel'i zoals Molière ze noemt, zeker niet horen.
Geestelijke vader van deze beweging was de abbé de Saint-Cyran,5 een der merkwaardigste figuren uit de Franse kerkgeschiedenis. Hij was biechtvader van verschillende personen, die later tot Port-Royal zullen behoren en kreeg tenslotte de geestelijke leiding van het klooster. Vriend van Jansemus, heeft hij zich, samen met deze, gedurende enige jaren geheel in Augustinus ingelezen. Een balspel was hun enige afleiding. Jansenius las de kerkvader in z'n geheel tienmaal en diens anti-pelagiaanse geschriften zelfs dertigmaal. De laatste heeft als resultaat van die studie in 1640 z'n Augustinus geschreven. - Bij Saint-Cyran werkt de lectuur op andere wijze. Ook hij gaf een boek, de Petrus Aurelius, anoniem, evenals later Pascal z'n Provinciales, en evenals deze tegen de jezuïeten gericht. Maar van meer belang is, dat hij zich, zoals hij 't zelf noemt, een bibliotheek in het hart bouwt.j Hij heeft een merkwaardige kennis van de werkingen der genade, nog meer dan van de beschouwingen over de genade. Die genade is voor hem, meer dan voor de kerkvader, een macht om voor te beven. Om met de categorieën van het heilige, in de taal onzer dagen te spreken, meer een 'tremendum'dan een 'fascinosum'. Zelfs van de Moedermaagd zegt hij: 'sa grandeur est terrible'.k 'Tremblement' is het woord waarmee hij gaarne de rechte zielstoestand beschrijft. Bij Calvijn blijft het 'horribile' verscholen in de eeuwige verkiezing der zielen. Bij hem is het eigen aan de werking der genade in de ziel. Zij kan de ziel ook weer loslaten. Ze is absoluut vrijmachtig. Het 'God en de ziel en niets meer' van Augustinus wordt door hem met verdubbelde jaloersheid beleefd.
Tegenover de heerschappij der genade in de historie, die Bossuet zo verheven weet te beschrijven; en haar regering in het hart, waarvoor Fénelon zulke tedere accenten heeft gevonden;6 en eindelijk haar theologische waarheid, die Jansenius zo zuiver heeft uitgewerkt, tegen alle drie komt Saint-Cyran nog weer op voor de genade zelf. Alle drie zoëven genoemden zijn leerlingen van Augustinus. Saint-Cyran is het ook, maar op een andere, meer essentiële wijze. Daarmee bedoel ik niet uit te maken de vraag, wiens geest het zuiverst op de historische Augustinus was afgestemd. Port-Royal is zeker geen plaats waar de schrijver van de Confessiones zich geheel op z'n gemak zou hebben gevoeld. Maar meer dan die andere opvattingen is het een zelfstandige voortzetting van augustinianisme in een bepaalde richting. Het is strenger, eenzijdiger, harder dan de kerkvader zelf. Maar het is geen beschouwing over hem, en niet een gedeeltelijke herhaling. Het is zelf iets, een réveil, een geest, een godsdienst, een stichting, een werkplaats van bovennatuurlijke genade en in dat opzicht een exponent, een hogere macht van Augustinus.
Hier blijft de Genade niet meer een gave, maar ze krijgt bijna goddelijke zelfstandigheid. Na de openbaring van God als Vader, Zoon en Heilige Geest wordt in Haar het goddelijk wezen als 't ware weer in Eén te zamen gevat. Ze is als een vierde, hoogste Persoon na de Triniteit. Voor Haar moet alles nedervallen en in zichzelf tot niets worden. Verzekerdheid en nederigheid worden door Saint-Cyran gewantrouwd. Ze zijn nog te eigenpersoonlijk.
Port-Royal is een tegenhanger van Genève. Er is merkwaardige overeenkomst tussen Saint-Cyran en Calvijn. Ook hierin, dat Triniteit weer tot Eenheid wordt samengevat. Maar het verschil is even wezenlijk. Voor de eerste staat het sacrament, de eucharistie, op de voorgrond. De genade gaat uit van het centrum van de Drieëenheid en is voortzetting van de Vleeswording. Bij Calvijn is ze het werk des Heiligen Geestes.
Door dit op de voorgrond stellen van de genade wordt Port-Royal bij uitnemendheid een plaats van prediking en zielzorg. Saint-Cyran en z'n opvolger Singlin7 zijn predikers en biechtvaders bij de gratie Gods. Van de laatste zei la mère Angélique, dat er zich onder z'n prediking altijd iemand bekeerde.l Die preken hebben, naar een treffende opmerking van Sainte-Beuve, als nagelaten geschriften geen onsterfelijkheid. Ze zijn vervelend."Ze hebben geen andere onsterfelijkheid dan die van de zielen zelf, die ze voor God hebben wakker gemaakt."m Ze schenen voor ieder van de hoorders persoonlijk bestemd.
Een van hen was Pascal. Naast het klooster, zowel het huis op het land, Port-Royal aux Champs, als dat te Parijs, hadden zich enige heren neergezet als 'solitaires'. Het waren allereerst bekende leden en verwanten van de familie Arnauld. De beminnelijke Arnauld d'Andilly, van nature geschapen voor de gezellige omgang; z'n beroemde broer Antoine Arnauld, theoloog; de beroemde advocaat Le Maitre, zoon van een zuster der vorigen; diens broer, Le Maitre de Sacy, auteur van een bekende bijbelvertaling, en vele anderen, waaronder Fontaine,8 de biograaf van deze kring. Het terugtreden uit burgerlijke betrekkingen van sommige van deze bekende figuren, onder invloed van de prediking en de zielzorg van de biechtvaders van Port-Royal, wekte van tijd tot tijd groot opzien.
De familie Pascal kwam omstreeks het einde van haar verblijf te Rouaan onder invloed van deze beweging. Men telt twee bekeringen bij Blaise. De eerste in 1646 te Rouaan, met de hele familie, onder invloed van geschriften van Saint-Cyran en anderen. En een tweede, meer persoonlijke in 1654. De familiebekering gaf aanleiding tot spanning tussen hem en z'n zuster Jacqueline, die de sluier aannam onder la mère Angélique. Blaise daarentegen keert in het mondaine leven terug. Hij is dan tegelijk meer dan ooit geïnteresseerd voor z'n natuurkundige studiën. In het jaar 1654 komt echter de omkeer. Bij Jacqueline, in het klooster, komt hij dan telkens z'n hart uitstorten. Hij bekent haar, in september 1654, dat hij een zeldzame afkeer van de wereldse amusementen krijgt, maar zich tegelijk van God verlaten voelt. De manier waarop hij dit meedeelt, vervult haar met medelijden.n Op 8 december, onder een preek van M. Singlin, komt de beslissing. Hij gaat de wereld verlaten. Jacqueline schrijft dezelfde dag aan Gilberte: qu'il paroit clairement que ce n'est plus son esprit naturel qui agit en lui."o De Genade heeft haar regering aanvaard. - Pascal gaat zich enige tijd later voegen bij 'ces messieurs de Port-Royal', de heren-solitaires naast het klooster.
Pascal verschijnt in deze kring op een zeer kritiek ogenblik. De verschijning van het grote werk van Jansenius over Augustinus had een heftige theologische strijd ontketend. Antoine Arnauld mengt zich in de discussie met een drietal apologieën voor Jansenius, waarin de jansenistische genadeleer in volle scherpte is ontwikkeld. In 1649 komt de zaak in de Sorbonne, de theologische faculteit te Parijs, waar een van haar leden Nicolas Cornet9 vijf ketterijen in Jansenius' boek heeft trachten aan te wijzen. Er zijn drie partijen: de jansenisten, strenge augustinianen; de molinisten,10 die naar de bekende tegenstander van Augustinus, pelagianen kunnen heten en de thomisten, naar Thomas van Aquino genoemd, die een bemiddelend standpunt in de genadeleer innemen. De Sorbonne is geneigd de vijf stellingen uit Jansenius te veroordelen, maar het Parlement verbiedt dit.
Inmiddels wordt de zaak voor de pauselijke stoel gebracht. Port-Royal is verdeeld. Men wil toegeven dat de vijf stellingen niet rechtzinnig zijn, maar ontkent, dat ze in het boek van Jansenius in die zin voorkomen. De diepere geesten in de kring, die het, in de geest van Saint-Cyran, nog meer om de genade zelf dan om beschouwingen over de genade te doen is, willen de stellingen aan hun lot overlaten. De theologen, bovenal Arnauld, komen hier tegen op, omdat ze de stellingen, in de zin van Jansenius genomen, niet kunnen prijsgeven.
De paus veroordeelt de vijf proposities. Port-Royal verschanst zich achter een onderscheiding tussen 'fait' en 'droit'. De paus is in z'n recht als hij ze veroordeelt. Maar over het feit of ze in Jansenius voorkomen heeft hij niet te beslissen.
In 1655 krijgt de kwestie betekenis voor het leken-element. Een priester weigert absolutie aan een jansenist. De Sorbonne bereidt een uitspraak voor over de aangelegenheid van 'feit' en 'recht'. Arnauld doet een beroep op het Parlement, maar thans - tevergeefs. Port-Royal is schaakmat gezet.p "Er bleef hun nog een rechtbank over, de publieke opinie, en een advocaat, Pascal. "q
Arnauld had beproefd iets op te stellen om het publiek op de hoogte te brengen. Maar z'n betoogtrant was te zwaar, te theologisch, te veel die van een vakman. Z'n vrienden zwegen, toen hij het had voorgedragen. Hij begrijpt de zin van die stilte en wendt zich tot Pascal met de aansporing om het van hem over te nemen. Hij moet iets korts en krachtigs ('net et court') maken en de mensen laten zien dat het maar een woordenstrijd is en louter chicane.r Pascal heeft het gedaan: de eerste provinciale.
Ik kan er niet aan denken de inhoud, ook maar van de eerste brief, weer te geven. Men moet ze lezen. Ik wil alleen zeggen, dat Pascal met een onnavolgbare lichtheid van tred z'n entrée maakt in de theologie. Hij heeft er geen verstand van, maar wordt door vragen 'grand theologien en peu de temps'.s Het blijkt dat er in de Sorbonne geschil is over het woord 'pouvoir prochain'. Wie het vermogen-ten-goede van de mens met die naam wil dopen is thomist en katholiek. Wie niet, die is jansenist en ketter. Maar men moet bij dat woord afzien van elke betekenis, want de thomisten zijn het enkel over het woord en niet over z'n betekenis eens.
Sainte-Beuve heeft opgemerkt, dat daarmee de 'raillerie't haar intrede in de theologische vragen heeft gedaan, en er zal blijven. Is dat juist? Is het geoorloofd de lijn te trekken van Pascal over Saint-tvremond en Bayle11 naar Voltaire? Mag men zeggen: eerst de thomisten, dan de jezuïeten en eindelijk de christenen? Ik geloof, dat men zelf scepticus moet zijn om het te kunnen zeggen. Is er bij de twaalfjarige Jezus tegenover de schriftgeleerden ook niet iets van deze raillerie? En toch is hij geëindigd bij het kruis.
Het is waar, dat Pascal, toen hij z'n eerste brief schreef, geen theoloog was. Z'n stof en argumenten ontleende hij aan de voortreffelijke strijdschriften van Arnauld. Van hem is alleen dat andere, dat maakt, dat de 'brieven' onsterfelijk zijn. Zit dat enkel in de vorm? Er zit ziel in de provinciales. Niet alleen goede toon en humor, maar ook ergernis en toorn, geloof en mystiek. Het gehalte neemt toe. Ze beginnen bij de woorden en eindigen met de geest. In de eerste schijnt het om een woord te gaan en lijkt het hele theologische debat een blijspel van Molière, een misverstand als bij de cassette in L'Avare. Maar in de zeventiende en achttiende bemoeit Pascal zich om de laatste gronden van de leer der genade en gaat het in diepe ernst om de zaak.
Een dergelijke ontwikkeling, ofschoon in geringere mate, geven reeds de brieven 1-4 te zien. Maar beroemd is de verandering die bij de vijfde optreedt. Strowski zal wel gelijk hebben, als hij meent, dat het geen sensatielust is, die Pascal noopt, om de leerstellige punten te laten rusten en de jezuïeten, de molinisten, in hun moraal aan te vallen. Hij meent dat Pascal zich nog niet bekwaam voelde deze punten dieper te behandelen.u Wat hij ons hier onthoudt, zal hij later in z'n Pensées met winst teruggeven.
Het is dus mogelijk, dat Pascal zich te weinig theoloog wist om verder op de genadeleer in te gaan. Het kan ook zijn, dat hij gevoelde, dat z'n raillerende manier om over dit onderwerp te schrijven, spoedig haar natuurlijke grenzen moest bereiken. De vroomste zielen van Port-Royal konden de toon al nauwelijks billijken. Misschien ook begreep hij zelf, als man van de wereld en goed mensenkenner, dat het publiek z'n belangstelling in deze theologische dingen, zelfs bij zijn licht en gemakkelijk toucheren, niet lang zou behouden. In elk geval, de beslissing in de Sorbonne was na de tweede provinciale reeds ten nadele van Arnauld gevallen en een poging om de thomisten te winnen en het publiek er in te betrekken had geen zin meer.
Met geniale beslistheid werpt Pascal het dan over een andere boeg. Brief 5-16 gaan handelen over het probabilisme en de casuïstiek der paters jezuïeten. De Provinciales danken daaraan haar wereldhistorische betekenis. Meestal weet men ook niet beter of dit is haar onderwerp. Met de thomisten heeft Pascal afgedaan. De eigenlijke tegenstanders van Port-Royal, de molinisten, blijven over. Nu zal het blijken, dat het in de genadeleer niet gaat over duistere afgetrokkenheden, maar over christelijke of nieuwe moraal. Aan de vruchten zal men de boom kennen.
Het probabilisme is die opvatting in de moraaltheologie, die leert, dat, als men zich voor z'n gedrag beroepen kan op een gezaghebbend doctor, men voor z'n geweten vrij uitgaat. Er zijn dus zovele morele autoriteiten als er doctores zijn. De moraal krijgt op die manier een uitgesproken juridisch karakter. Een gezaghebbende mening is probabel en het geweten kan er zich als advocaat in eigen kwade zaak op beroepen. De biechtvader kan het ook doen in de zaak van eens anders geweten. Hij kan de ziel leiden langs de weg van de gemakkelijkste probabiliteit.
Nauw daarmee verbonden is de casiiistiek. De praktische vraag is vaak niet of men de zonde mag doen, maar hoe dicht men bij de zonde mag komen. Bij elke vermindering van afstand neemt het gevaar toe. Het komt er op aan de distantie te handhaven en de 'occasion prochain' te vermijden.
Over die laatste gaat het in de 'morale reláchée'. In sommige gevallen staat zij toe de 'occasion prochain' niet te vermijden. Naarmate men de afstand vermindert ontstaat er een reeks gevallen, waarvan misschien een aantal probabel zijn. En het geweten of de biechtvader kan zich daarop voor iedere stap, waarmee men de zonde nadert, beroepen.
Men ziet, welk een afgrond er gaapt tussen de zielzorg van Saint-Cyran, Singlin, in't algemeen Port-Royal, en deze 'accommodements avec le ciel', die ook aanspraak maken op de naam van gewetensleiding. Men realisere zich, dat beide in de christelijke kerk tegenover elkaar hebben gestaan en geve zich dan rekenschap van de betekenis der Provinciales.
Deze dingen hangen nauw samen met de opvattingen omtrent de genade bij jansenisten en molinisten, Port-Royal en de jezuïeten. Maar hun belangrijkheid komt veel duidelijker uit als morele dan als theologische vraag. Daarom is het zo'n meesterlijke wending van Pascal als hi de grote middenmoot van z'n brieven aan deze kwesties wijdt. In die vorm was het geschil trouwens ook reeds gaande. Arnauld had, ofschoon zonder succes, de nieuwe moraal aangevallen. De openbare mening was voorbereid en in onrust. De morele schade, in de biechtstoelen aangericht, begon openbaar te worden.
Dan komt Pascal op, als een andere David, zonder theologische wapenrusting, in het lichte gewaad van een gewone rechtschapenheid. Het is nog niet zo gemakkelijk zich van die geesteshouding een juist denkbeeld te vormen. De vraag, waarop de onsterfelijkheid van deze brieven en hun wereldhistorisch succes berust, is niet met een paar woorden te beantwoorden. Het is een eenvoudig, maar geen enkelvoudig iets. De ruimte, mij voor dit opstel toegemeten, laat niet toe hier een analyse te beproeven.
Ik wil er alleen dit van zeggen, dat de volmaakte gemakkelijkheid, waarmee Pascal z'n onderwerp behandelt, en de aardige anekdotes, die met de verschijning van de brieven verbonden zijn, de hele enscenering, ons niet mogen doen vergeten, dat we hier in de sfeer van Port-Royal zijn. Pascal is te groot om geheel van Port-Royal te zijn.v Laten we dan zeggen: meer dan Port-Royal. Ook de Provinciales zijn 'terribles'. Ze hebben iets in zich van het vuur van de Karmel, dat waarheid en leugen uiteenwerpt. Dat dwingt om te kiezen tussen 'het mystieke Jeruzalem' en 'het spirituele Sodom' (veertiende provinciale).w De 'raillerie' is van Elia's gehalte.