Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 5, p. 403–406

Weergave
Passages naar Readwise sturen

Gewijzigde leertucht1

Het reorganisatie-ontwerp dat thans op de synodale tafel ligt bevat een aantal bepalingen waarbij twee nieuwe functionarissen worden ingevoerd: de provinciale kerkvisitator en de algemene kerkvisitator of moderator.

Hun taak wordt aangeduid in art. 72 van het Algemeen Reglement en verder omschreven in het Reglement voor opzicht en tucht en dat op de kerkvisitatie.

We beginnen met op te merken dat deze diensten niet staan in art. 5,3 naast de gewone ambten van predikant, ouderling en diaken. Daarmee is aangewezen dat de presbyteriale structuur der Hervormde Kerk door de invoering van deze functies geen verandering zou ondergaan. Er wordt geen episcopaat ingevoerd; ook niet in bedekte vorm. Dit komt nog eens bijzonder tot uitdrukking door de bepaling dat ook ouderlingen benoembaar zullen zijn.4 Persoonlijk acht ik dit geen verbetering van de artikelen zoals die in het ontwerp-kerkopbouw voorkwamen. Maar om elke gedachte aan invoering van een episcopaat te weren is het goed.

De nieuwe waardigheidsbekleders zullen hun taak vinden in het houden van opzicht over de gemeenten en over allen die volgens art. 2 van het Algemeen Reglement daartoe behoren.5 Daarin werken ze mee met de kerkeraden, de classicale vergaderingen, de provinciale synoden en de algemene synode.

Het uitoefenen van kerkelijke tucht is hun niet opgedragen. Die blijft aan de bovengenoemde vergaderingen. Evenals bij de ambten moet hier dus worden opgemerkt dat de typisch presbyteriale structuur van de kerkorde geen wijziging ondergaat. Deze nieuwe dienaars der kerk zullen de kerkelijke ambtsdragers en de kerkelijke vergaderingen hebben te helpen bij het toezicht op en bij het opzicht over de gemeenten en de personen die hun zijn toevertrouwd.

Toch heeft de invoering van deze diensten ook een principiële betekenis. Het instituut van het opzicht wordt daardoor veel rijker bewerktuigd en veelzijdig gereglementeerd. In het huidige Reglement voor opzicht en tucht wordt de tucht wel, het opzicht niet geregeld. De besturen houden opzicht, op zodanige wijze als hun het meest geschikt zal voorkomen' (art. 4). Dat staat er nu in het voorgestelde art.46 ook nog wel, maar door de artikelen betreffende de provinciale en de algemene kerkvisitator, wier werk geheel in het houden van opzicht bestaat, krijgen de kerkelijke vergaderingen vaste hulp voor deze hun opgedragen taak en de werkkring van deze helpers wordt uitvoerig omschreven.

Daardoor wordt een geheel nieuwe toestand geschapen. Tegenover de tucht krijgt het opzicht een veel vastere en grotere plaats. Het verschil met de toestand van nu is zo groot dat het opzicht op deze wijze pas volle betekenis kan krijgen tussen het toezicht van de ambtsdragers (art. 25 syn. regl. op de kerkeraden)7 en de tucht door de vergaderingen. Deze derde tak van kerkelijke dienst was in de presbyteriale kerkorde te veel een stiefkind gebleven en in dit nieuwe ontwerp is, zoals in dat van Kerkopbouw, voorgesteld daarin verandering te brengen.

Zoals het nu is, is er te weinig speelruimte tussen de ambtelijke en de synodale zijde van de presbyteriale kerkorde. Zodra het ambtelijk vastloopt, komt de tucht der vergaderingen aan de beurt. Door het instituut van de vaste kerkvisitatoren zou een tussen-instantie geschapen zijn. De visitator heeft contact met de ambtsdragers, maar hij doet dat in ruggespraak met de vergaderingen. Hij heeft zitting in de provinciale of algemene synode. Maar als hij bezig is met de hem opgedragen taak, komt hij geheel persoonlijk.

Het is duidelijk dat, wanneer zulk een betere organisatie van het kerkelijk opzicht tot stand kwam, dit van grote betekenis zou zijn, zowel voor de ambtelijke praktijk van predikanten, ouderlingen en diakenen als voor het werk dat de kerk in haar synodale inrichting heeft te doen. Ik denk hier nu allermeest aan de tucht die zij heeft te oefenen. Ik meende volkomen het recht te hebben in mijn titel te spreken van gewijzigde tucht c.q. gewijzigde leertucht. De tucht is niet altijd leertucht; maar over de levenstucht is weinig verschil. De leertucht is het grote struikelblok voor een reorganisatie. Wanneer deze tucht, die voor velen een schrikbeeld is, voor enkelen een rode lap, in het aangeboden ontwerp sterk gewijzigd voorkomt, dient men te beginnen zich op die verandering in wat als presbyteriale leertucht gold te bezinnen. Immers daarmede staat en valt ook voor vele voorstanders van ⚑het ontwerp de aannemelijkheid daarvan.

Nu bestaat er een vrij brede consensus omtrent de noodzakelijkheid van leertucht in enige vorm. Er bestaat verschil omtrent de gevolgen die men daaraan zou willen verbinden. Sommigen willen daaraan geen kerkelijk-juridisch effect verlenen, anderen wel. Daarover spreek ik nu niet. Het ontwerp heeft gekozen voor degenen die het wèl willen.

Maar de leertucht zelve komt in dit ontwerp sterk gewijzigd voor, wegens de nieuwe outillering en reglementering van het opzicht. De scherpe hoek waaronder de ambtelijke en de synodale regelingen in de presbyteriale kerkorde elkaar ontmoeten wordt veel opener zodat er ruimte komt voor de 'raadgeving en terechtwijzing' 'in de geest van broederlijke liefde', waarover in art. 5 van ons synodaal Reglement voor opzicht en tucht wordt gesproken.8 Het zou een enorm verschil maken wanneer, bij gebleken verkeerdheid, in dit geval op het gebied van prediking en leer, dadelijk een tuchtzaak ontstaat op een ingediende klacht of dat daarbij het nieuwe instituut van de visitatie in werking treedt. Daardoor zou het mogelijk zijn de beste zijden van het episcopaat voor onze kerk dienstbaar te maken; de Ie geest zonder de bisschoppelijke heerschappij. episcopa

Een lacune in het presbyteriale stelsel zou daardoor aangevuld zijn, waardoor wij bewaard zouden blijven voor veel wat in de historie op de debetzijde van dit systeem geboekt staat.

Het spreekt vanzelf dat degenen die onder geen beding gevolgen aan de leertucht zouden willen verbinden, daarmee niet bevredigd zijn. Maar ook zij zullen moeten toegeven dat de tucht, zoals die in het nieuwe ontwerp voorkomt, sterk gewijzigd is door de uitbreiding van het opzicht.

Onze kerk lijkt het aangewezen lichaam om hiervoor de vormen te scheppen. Wij hebben na 1886 een historie van een halve eeuw achter ons. Een eigen weg hebben we ons daarin nog niet afgebakend; eigen vormen van kerkregering niet gevonden. Onze kerk is als geestelijk lichaam tamelijk stuurloos en van eigen wezen weinig bewust. De vraag omtrent het wezen der kerk wordt echter steeds luider gesteld en we zullen ons er niet aan kunnen onttrekken daarop een antwoord te geven. Het zal toch niet zo mogen zijn dat we deze dingen uitsluitend of overwegend van partij-standpunt of van de persoonlijke hoek uit bezien.

Het voorgestelde ontwerp zou ons weer kerkelijk besef kunnen bijbrengen. We zouden weten dat onsgeestelijk huis niet geheel open ligt, maar wij zouden dat merken meer aan de lange adem van het kerkelijk opzicht dan aan de korte beslissingen van de kerkelijke tucht. En dat zou aan de presbyteriale vormen van onze kerkelijke organisatie voortaan een cachet geven, in het bijzonder eigen aan de Hervormde Kerk.

Eindnoten

  1. 1

    KO. 6 (oktober 1937) nr. 6. Voor het tijdstip zie n. 52.1, 2. In toenemende mate bleek de leertuchtkwestie een wig te drijven in KO. Het met zoveel zorg en met vereende krachten samengestelde ontwerp-1938 werd om die reden door een groot deel van KO. (de meerderheid?) afgewezen. In dit artikel doet N. een poging om leertucht aanvaardbaar te maken voor KO. door deze te laten zien tegen de achtergrond van het opzicht.↩

  2. 2

    "De kerk zal uit haar predikanten of ouderlingen door elke provinciale synode een provinciaal kerkvisitator en door de algemene synode een algemeen kerkvisitator met de titel van moderator benoemen met de opdracht toe te zien, dat zij die de in art. 5 genoemde ambten bekleden hun taak vervullen overeenkomstig art. 8 van dit reglement. En voorts te doen wat hun bij het Reglement voor kerkelijk opzicht en tucht en het Reglement op de kerkvisitatie wordt toevertrouwd."↩

  3. 3

    'In de NHK. zijn de volgende ambten: predikant, ouderling en diaken.'↩

  4. 4

    Zie noot 2.↩

  5. 5

    "Tot elke bijzondere gemeente, binnen welker ressort zij naar de burgerlijke wet woonplaats hebben, behoren die op belijdenis des geloofs tot lidmaten zijn aangenomen, die door de doop in de gemeenschap der kerk zijn ingelijfd, die uit hervormde ouders geboren zijn of geacht worden door de overgang hunner ouders tot de Hervormde Kerk tot die kerk te zijn overgegaan, die in enige protestantse gemeente hetzij hier te lande hetzij elders zijn erkend als behorende tot de Hervormde Kerk en van hun doop of hun belijdenis door behoorlijke bewijzen hebben doen blijken."↩

  6. 6

    "Zij die volgens art. 3 met het opzicht zijn belast (te weten de classes, de provinciale kerkvergaderingen en de algemene synode en inzonderheid de provinciale kerkvisitatoren en de moderator - red.) trachten op de wijze die hun het meest geschikt lijkt de te hunner kennis gekomen verkeerdheden, door raadgeving en terechtwijzing, voor zover zij die daarvoor vatbaar achten, in de geest der broederlijke liefde uit de weg te ruimen."↩

  7. 7

    "Aan de ouderlingen is opgedragen: 1. de behartiging van de belangen van de openbare godsverering; 2. de bevordering van en het medetoezicht op het godsdienstonderwijs; 3.het medetoezicht op de leden der gemeente, inzonderheid door huisbezoek, zowel indien zij daartoe worden verzocht, in vereniging met de predikanten, alsook afzonderlijk naar plaatselijke regeling; 4. ijverige medewerking met de predikanten in alles wat aan de christelijke opbouwing der gemeente kan dienstig zijn."↩

  8. 8

    "(De besturen) trachten de te hunner kennis gekomen verkeerdheden door raadgeving en terechtwijzing, voor zover zij die daarvoor vatbaar oordelen, in de geest der broederlijke liefde uit de weg te ruimen."↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit de OCR-tekst van het boek. Paginagrenzen zijn hersteld, afgebroken woorden samengevoegd en voet- en eindnoten aan hun verwijzing gekoppeld. Zet onder Weergave de correcties aan om de verbeterde OCR-fouten en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Kerkorde en beroep op de SchriftDeel 558. Het vierde ambt in de Hervormde Kerk →