Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Idsegahuizum en Piaam

Weergave
Passages naar Readwise sturen

211. H. Visser1 aan O. Noordmans

Zwolle, 27 maart 1908

Amice,

Ik moet een belofte vervullen. Luister. Voor enkele dagen had ik een spreekbeurt in Enter en daar ontmoette ik een hulpprediker E. H. Wieringa2 die Groeneweg,3 nu weer aan de arbeid, ter zijde staat. Het is de vierde die hij gehad heeft, o.a. Bootsma van Exmorra.4 Groeneweg vroeg mij naar Van der Schans5 uit Gaast enz. en daarop kreeg ik een bescheiden verzoek van de candidaat om zijn naam voor Gaast te noemen. Ik ben niet gewoon mij ongevraagd in beroepingszaken te mengen, maar ik heb de jonge man beloofd de aandacht op hem te vestigen. Hij komt uit de stad Groningen en heeft daar ook gestudeerd. Hij maakte op mij een vrij goede indruk, een hulpvaardig mannetje. Jonker6 scheen zijn man. Groeneweg weet natuurlijk meer van hem. Onlangs had ik twee Gaasters om me te spreken over een onderwijzer die ook benoemd is. Hij komt mij voor een belangstellend man te zijn. Hij zit in de kerk zo bijzonder aandachtig te luisteren. Het spijt me dat hij zo spoedig weg gaat, omdat we nu weer voor een vacature zitten. Enfin. Allen sukkelen, en de onderwijzers regeren de wereld. In het eerstkomende nummer van de Schatkamer zult ge mijn stukje7 vinden over onze vriend Van der Schans. Ik had het je willen toezenden voor gewenste emendatie, maar ik meende wat haastig te moeten zijn in de hoop het nog in het vorig nummer geplaatst te krijgen. Dit is mislukt. Ge zult het nu druk hebben, en straks nog meer met beroeping. God geve je de rechte man voor Gaast te vinden die Van der Schans enigszins waardig kan opvolgen. Ik voel voortdurend de leegte in mijn leven en toch moet ik bekennen niet genoeg onder de indruk te zijn. Dit komt voor een deel omdat ik niet dagelijks met zijn werk in aanraking kom zoals gij, maar voor een groot deel door mijn dikke huid. Ik ben bang niet dat te leren wat God mij te leren geeft. De vorige dinsdag gedacht ik met mijn vrouw mijn intrede te Skuzum voor 13 jaar. God heeft mij daar gezegend en ik geloof dat er ook hier en daar een zegen is achtergebleven, al weet ik van geen grote dingen te verhalen. Adieu. Er was nog wel aanleiding om uiting te geven aan allerlei gedachten en gevoelens maar de tijd ontbreekt. tt.

H. Visser.

(AN)

Noten

  1. 1

    H. Visser, zie brief nr. 189 (1905).↩

  2. 2

    E.H. Wieringa (1883-1972), hulpprediker te Enter 1908, herv. pred. te Horssen 1909, Purmerend 1919-1948.↩

  3. 3

    W. Groeneweg (1867-1923), herv. pred. te Stavoren 1896, Enter 1904, Glanerbrug 1914-1923.↩

  4. 4

    P. Bootsma (1882-1957), hulpprediker te Enter 1906, herv. pred. te Exmorra 1907, Balk 1909, legerpredikant te Zwolle 1920- 1947.↩

  5. 5

    W.M. van der Schans overleed 5.2.1908; zie verder brief nr. 160 (19.9.1902), n. 1.↩

  6. 6

    A.J.Th. Jonker (1851-1928), hervormd theoloog, predikant te Warnsveld 1875, Heerde 1878, Rotterdam 1882, Ellecom 1887, Dordrecht 1892, Heemstede 1902, kerkelijk hoogleraar RUG 1905-1909 (praktische en bijbelse theologie). J. promoveerde in 1877 over De berichten van de Handelingen der apostelen omtrent de gevangenschap van Paulus. Evenals zijn broer, de predikant G.J.A. Jonker (1864-1924), stond hij sterk onder invloed van de Deense filosoof Kierkegaard; zij behoorden tot de eersten die deze denker in Nederland bekend maakten.↩

  7. 7

    Vgl. brief nr. 205 (23.2.1908), n. 6.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 210. Oepke aan zijn moederIdsegahuizum en Piaam212. Oepke aan zijn moeder →