428. A.F. Krull1 aan O. Noordmans
Arnhem, 26 juli 1933
Beste Oepke,
Schrik niet. Een brief van mij en wel een uit een aan de Muzen gewijd gebouw.2 De zaak is deze. Ik studeer graag wat ethiek en ben aan ’t geweten bezig. En zie, daar lees ik (ik weet niet meer waar), zie ook ‘O. Noordmans’. Heb jij een artikel,3 een lezing of iets van die kracht geschreven? Waar kan ik het kopen of kun je het mij lenen? Wat een pracht studie is jouw Augustinus.4 Dit is nu eens eerste klas werk, dunkt mij, jongeling in dit opzicht. Heel het kader is beheerst. Alleen had ik het tweemaal zo dik willen hebben. Jij had de stof en wij hadden die ook graag gehad. Ik ga donderdag 3 augustus op ’t reispad met m’n drie dochters en met twee (zijn getrouwd) schoonzoons. Kan ik je ‘Geweten’ studie dan nog hebben? Ik werk iedere dag iets. Ook dan. Mijn vrouw reisde veel, houdt niet van reizen. Wonder. Zij heeft dan de twee kleinkinderen bij zich plus haar 18 honden. Zij is dus wel veilig uit. Het zijn (8 ervan) knapen. Hoe gaat ’t jou? Wannéér komt de Dr. titel eershalve? Ik sta hier te schrijven en smelt bijna. Met hartelijke groet, je jeugdvriend,
Ayelt.
(AN)