460. Ph. Kohnstamm1 aan O. Noordmans
Ermelo, 29 juni 1934
Hooggeachte Heer Noordmans,
Veel dank voor uw schrijven van 20 juni, allereerst voor uw vriendelijke belangstelling voor mijn jongen. Het gaat hem, God zij dank, naar omstandigheden heel goed. Er komt wel beweging in de arm en vermoedelijk zal hij binnen een dag of veertien het ziekenhuis mogen verlaten. De verdere inhoud van uw schrijven was zeker minder verheugend, in het bijzonder wat gij schrijft over de heer Evenhuis,2 maar toch ook over de verwerping van onze voorstellen door het moderamen. Ik geloof echter, dat wij nog geenszins alle hoop moeten opgeven. Zie ik het wel, dan is de verwerping door het moderamen toch ook voor een belangrijk deel gevolg daarvan, dat men zich zo onbehaaglijk gevoelt naar aanleiding van de houding van Kerkherstel, dat wel telkens stappen van Kerkopbouw vraagt, maar zichzelf tot geen enkele medewerking verplicht. Als de heer Evenhuis ons enige vaste toezegging had kunnen geven, dat het door ons voorgestelde nu ook definitief aanvaard zou worden door Kerkherstel, zouden wij de portefeuille-kwestie hebben kunnen stellen; ik geloof trouwens, dat dat dan niet eens nodig zou zijn geweest. En ik vermoed, dat de heer Evenhuis, als wij dit nog eens rustig met hem bespreken, dat ook wel zal kunnen inzien. Hebt gij het nummer van Hervormd Amsterdam3 reeds zelf in handen gehad, waarover het bijgaande knipsel handelt? En zou er misschien reden zijn, dat wij naar aanleiding daarvan nog eens bepraatten, of er nog enige stap valt te doen? Eventueel kan ik daartoe wel eens naar Laren komen. Ik weet zelf niet, waar ik het nummer van Hervormd Amsterdam kan krijgen en vraag dit dus aan dr. Oorthuys;4 gij ziet uit de bijgevoegde copie, dat ik de deur van contact5 tracht open te houden. Met vriendelijke groet, Uw dw.,
Ph. Kohnstamm.
(AN)