Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Suameer

Weergave
Passages naar Readwise sturen

273. H. Guittart1 aan O. Noordmans

Minnertsga, 22 december 1911

Amice fraterque,

Met belangstelling als altijd, las ik je brief.2 Je bent nog een ouderwets man, die de kunst van brieven schrijven verstaat, zoals het geslacht vóór ’80. Daarom kan ik me best begrijpen, dat je deze tijd dor vindt. Het partijwezen is een vreselijk ding. Alleen zie ik sommige dingen anders dan jij. De 37 artikelen3 hebben geen schuld, geloof ik. Ik behandel ze deze winter met mijn jongelingen van 20 jaar en ouder, en met genoegen. Ze zijn al te zeer vergeten. Dat ik overigens de schaduwzijde van de Confessionele Vereniging zie, weet je; we hadden ’t daar verleden voorjaar over. Alleen geloof ik, dat men tussen de vereniging en de richting onderscheiden moet. En in die richting, waartoe veel meer mensen behoren dan men weet, en dan zij zelf wellicht weten, zie ik heil tegen het oplevend modernisme. In mijn gemeente zijn de vrijzinnig Hervormden4 nu óók begonnen. M.i. is tegenover zulke actie maar één standpunt rationeel: stel u op de basis der kerk, d.i. de belijdenis. Ik weet, dat je ’t hiermee volstrekt niet eens bent, ten minste dat je ’t anders zeggen zou. Ik schrijf deze dingen dan ook niet om je Kerstvrede te verstoren, dat zij verre - heb een goed kerstfeest. Maar men wil toch graag weten wat men aan elkaar heeft. Ik zou niet graag van dubbelzinnigheid of zo iets verdacht worden. Nu ben jij een eerlijke royale anti-confessionalist, en ik geen “confessionele” in de zin van aangesloten bij de vereniging, maar toch ga ik niet in alles met je mee, al voel ik sommige van je bezwaren wel. Om die “pas geschoten haas” hebben mijn vrouw en ik hartelijk gelachen. Inmiddels, de kunst is om uit de oude confessie de dingen nieuw tevoorschijn te halen, en dat kàn omdat de confessie zo schriftuurlijk is; en zo dicht bij de bron zelf staat. En nu ter zake. Ik ben vlak vóór je voorstel.5 Ik seinde het aan Van Eyck6 door. Die zal me wel eens terugschrijven. In mijn laatste jaar te Utrecht heb ik nog 2 of 3 colleges van Gunning7 bijgewoond. Ik hoop, dat gelijk je voor een paar jaar met De Hartog succes hebt gehad,8 het ditmaal met Gunning moge zijn! Ik las laatst dat er in Suameer een afdeling van de Christen-socialisten9 is. Heb je veel last van die mensen? Doe je er wat tegen, of laat je het begaan? Enka10 heeft onlangs te Franeker gespeecht, en de lui het hoofd op hol gemaakt. Me dunkt, als de duivel komt als een engel des lichts is hij vrij wat gevaarlijker dan met bokspoten en horens. En nu, nog eens: heb goede kerstdagen en een gezegend Oud-en-Nieuw. Met vriendelijk groeten, ook van mijn vrouw, aan u en de uwe tt

H. Guittart.

(AN)

Noten

  1. 1

    H. Guittart, zie brief nr. 189 (1905), n. 8.↩

  2. 2

    Niet bewaard gebleven.↩

  3. 3

    De Nederlandse Geloofsbelijdenis.↩

  4. 4

    De Vereeniging van Vrijzinnige Hervormden; vgl. brief nr. 232 (24.7.1909), n. 2.↩

  5. 5

    Mogelijk heeft ON voorgesteld een artikel over prof. J.H. Gunning in het Hervormd Zondagsblad te schrijven.↩

  6. 6

    H. van Eyck van Heslinga, zie brief nr. 189 (1905), n. 12.↩

  7. 7

    J.H. Gunning Jr.↩

  8. 8

    Guittart doelt op het artikel ‘Het getuigenis van dr. De Hartog’; zie brief nr. 231 (8.6.1909).↩

  9. 9

    In de christelijk-sociale beweging was in 1905 een orthodox-protestantse stroming ontstaan. Als uitvloeisel hiervan werd mede op initiatief van Enka (n. 10) de Bond van Christen-socialisten (1907-1921) gesticht. Instemming met de apostolische geloofsbelijdenis werd als voorwaarde tot toetreding gesteld, een eis die men in 1912 liet vallen. In de Bond ontwikkelden zich meer en meer pantheïstische en revolutionaire stromingen. In 1918 werd een lid van de Bond in de Tweede Kamer gekozen die in één fractie zitting nam met een communist.↩

  10. 10

    Enka, pseudoniem van A. Tjaden-van der Vlies (1873-1939), onderwijzeres Hervormde Diakoniescholen te Rotterdam, bezoldigd propagandiste voor de Bond van Christen-Socialisten 1911, publiceerde in 1905 de roman Het komt, waarin zij een predikant liet kiezen voor de doelstellingen van het socialisme. Enka baarde vooral opzien door haar brochure Kan een rechtzinnig christen socialist zijn? Bevestigend antwoord (Baarn 1907). In 1912 verliet zij de Bond en werd lid van de SDAP. In 1917 keerde E. terug naar de Bond. Zij ontwikkelde zich steeds meer in de richting van een revolutionair socialisme.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 272. G. Smit aan O. NoordmansSuameer274. P.C. IJsseling aan O. Noordmans →