366. H. Guittart1 aan O. Noordmans
Oosterhaule, 2 februari 1928
Amice frater,
in de couranten zag ik, dat ik reeds minstens één dag te laat ben, als ik je gelukwens met je zilveren ambtsjubileum. Toch vertrouw ik, dat dit mijn schrijven je nog wel welkom zal wezen. Wij hebben de laatste jaren in theologisch en kerkelijk opzicht niet geheel dezelfde wegen bewandeld, maar het is daarom niet minder hartelijk gemeend, wanneer ik je feliciteer met de dag van gisteren, en je toewens, dat God je nog menig jaar ten zegen stelle voor de gemeente, hetzij als predikant of in andere werkkring. Collega Smit2 te Heumen heeft dezer dagen gezegd, dat hij altijd maar gewoon soldaat was gebleven (hoogstens een paar jaren korporaal geweest), maar gij hebt een paar jaren geleden getoond, dat de maarschalksstaf nog gaaf in je ransel zit. Als ik aan je schrijf, komen vanzelf allerlei oudere herinneringen in me op; aan onze Utrechtse tijd; ook aan de jaren, dat je in Idsegahuizum stond, en we elkaar in de Friese Predikantenvereniging zagen. Ik herinner me ook nog een morgen, dat ik met Bert de Pree3 (met weemoed schrijf ik zijn naam hier neer) en met Jelte Visser4 bij je kwam aanzetten, en je ons vergastte op stemmige muziek uit je oude pijporgel (heb je dat nog?). En ik denk ook aan de glorieuze vergadering te Beetsterzwaag, waar je met De Hartog debatteerde. Waar is de tijd gebleven? Ik zit sinds 5 1/2 jaar weer in Friesland, ben wéér lid, en bestuurslid zelfs, van de Friese Predikantenvereniging, en ’t is er nog wel goed, maar voor mijn besef toch niet meer zo als in de dagen van Straatsma,5 en Van der Schans,6 en Heijmens Visser,7 maar dat zal wellicht ook hieraan liggen, dat men de dagen van olim altijd in een gulden licht ziet. Doch ik ga eindigen, allicht krijg je dezer dagen vele brieven. Je zilveren ambtsjubileum valt niet samen met je zilveren bruiloft. Toch feliciteer ik ook mw. Noordmans, die toch het grootste deel van je ambtelijke loopbaan heeft meegemaakt. En hartelijk hoop ik, dat jelui dat zilveren feest ook nog eens samen viert. Vele groeten, ook van mijn vrouw, tt.
H. Guittart.
(AN)