743. H. Kraemer1 aan O. Noordmans
Leiden, 15 juni 1945
Waarde Noordmans,
Het deed mij bijzonder goed een brief2 van je te ontvangen. Uit hetgeen je vertelt blijkt inderdaad dat jij met je gezin diepe en ruwe wegen hebt gewandeld en wandelt, en dat je daarom ook grote behoefte hebt aan menselijk contact. Er is veel over en door ons heen gegaan. Wij betreuren zeer zware verliezen voor de kerk, voor ons volk en voor de wereld. Bij het laatste denk ik aan mijn vrienden de Aartsbisschop van Canterbury3 en aan dr. Paton, de secretaris van de International Missionary Council.4 Zelf heb ik in deze oorlogsjaren en vooral sinds september ’445 veel ondervonden. Maar ik mag met grote dank zeggen, dat mijn gezin er tenslotte heelhuids is doorheen gekomen. Ik hoop zeer, dat je op de zware weg die je gaat evenals ik deze winter gesterkt zult worden door het woord van Romeinen 9 vers 16: ‘het is noch desgenen die wil, noch desgenen die loopt, maar des ontfermenden Gods.’ Behalve Koopmans,6 missen wij Eijkman7 ook zeer smartelijk. Gisteren sprak ik Scholten, die mij zeide dat hij je geantwoord had.8 Zijn adres is nu Hotel Vieux Doelen te Den Haag, want hij is voorzitter van de Centrale Zuiveringscommissie.9 Aan dr. Ph. Idenburg,10 voorzitter van de Raad voor Kerk en Uitwendige Zending en van de Centraal Bond, legde ik je vraag voor betreffende Mej. van Oudenaller.11 Bij de Centraal Bond is hoogstwaarschijnlijk plaats voor haar. Dr. Idenburg zal haar schrijven, maar zij kan hem ook schrijven op grond van deze mededeling. Wanneer zullen wij elkaar weer eens rustig ontmoeten en rustig met elkaar praten? Ik verlang daar erg naar, voor al omdat ik zou willen begrijpen waarom je de nieuwe beweging in de kerk blijkbaar overheersend beschouwt onder het gezichtspunt van bezorgdheid voor massaproductie en een civilisatieproces in de kerk. Met hartelijke groeten, gaarne je
H. Kraemer
(AN)