Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B · 8. Lunteren

Weergave

741. P. Scholten1 aan O. Noordmans

Hulshorst, 5 juni 1945

Hooggeachte dr. Noordmans,

Enkele dagen geleden ontving ik uw brief van 6 mei.2⚑ Hartelijk dank. Gij hebt wel heel veel doorgemaakt in de dagen voor de bevrijding, van harte hoop ik dat uw zoon inmiddels is teruggekeerd en het herstel van uw dochter aanhoudt. Hulshorst werd als Nunspeet en Harderwijk zonder slag of stoot bevrijd. De Duitsers waren enkele nachten tevoren weggetrokken. Deze winter was ook voor ons niet gemakkelijk, maar wat wij doormaakten haalt niet bij de rampen die uw omgeving troffen. Er was een voortdurend bombardement op de spoorlijn, verscheidene bommen vielen direct in de buurt, twee op ons terrein, wat ons vele ruiten kostte. Verder een huis vol evacué’s, bezwaren van kou en sneeuw, geen honger; wel een schrale voeding. Zorgen over de kinderen en ook ziekte in huis. Mijn vrouw had paratyphus, besmetting door een trekker, wien we onderdak verleenden. Het was niet ernstig, maar verslapte wel. Die trekkers langs de weg, een grauwe stoet met fietsen, bakfietsen en handkarren, zich moeilijk voortzeulend, was een nachtmerrie. Dit alles lijkt verleden, ver weg na de bevrijding. Ik voelde toen sterk niet in het centrum te zitten, het niet in Amsterdam te hebben meegemaakt, maar het was een heerlijkheid. Mijn kinderen en kleinkinderen hier te lande kwamen alle veilig door de rampen. Mijn oudste zoon was met zijn gezin in Wilp, waar de Canadezen over de IJssel trokken. Enige dagen en nachten in de schuilkelder, maar het liep alles goed af. De jongste in Amsterdam bij de Burgerlijke Strijdkrachten, strijdend gedeelte, maar tot strijd kwam het niet. Ik was daar een dag of tien geleden. Ik kreeg nl. een verzoek van de Regering met een bepaalde opdracht en had daarover besprekingen in Amsterdam en Den Haag.3⚑ De kans is groot, dat mijn vrouw en ik ons voor de eerste zes maanden in Den Haag moeten vestigen. Het was een vraag, zoals er tegenwoordig meer geschieden, waarop men geen neen kan zeggen. Ik hoop dat ik de kracht er voor heb, mijn lichaamsgesteldheid is niet meer geheel wat zij geweest is. Toch ben ik blij nog iets voor het land te kunnen doen en daar bij zal ik ook in het werk voor de kerk nog wat kunnen meewerken. Die blijdschap wordt getemperd door het bericht dat mijn dochter in Canada haar oudste jongetje verleden jaar juni heeft verloren. In het land is het op alle gebied een chaos. De beproevingen zullen nog wel zwaar zijn - materieel en geestelijk. Er is arbeidsschuwheid en verwildering. De kerk wacht een ongelofelijk zware taak, moge God haar de kracht verlenen die te volbrengen. Zouden wij nog met Woord en Wereld weer kunnen beginnen? Nu zeker niet, maar later? Is er nog eenheid en stuwkracht genoeg? We zullen Koopmans daarbij bitter missen. Ge weet toch, hoe hij getroffen werd door een verdwaalde kogel bij een represaillemaatregel, die de Duitsers in Amsterdam namen en ondanks alle hulp na een operatie overleed? Het is voor theologie en kerk een zwaar verlies. En onder de figuren achter ons tijdschrift zal de leegte zijn; ook Eijkman, aan wie ik persoonlijk door sterke banden van vriendschap verbonden was, is weggenomen. Het zal nog wel een tijd duren voor we weer eens rustig kunnen praten. Er moet in ons land veel gedaan worden en toch is bezinning naast deze tijd van daden zo hoog nodig. Ik hoop dat gij daaraan nog mee zult kunnen arbeiden en God u de kracht geeft uw denken vruchtbaar te maken voor ons volk. Moge Hij met u en de uwen zijn. Hartelijke groeten ook van mijn vrouw, uw

Scholten.

(AN)

Noten

  1. 1

    P. Scholten, zie brief nr. 410 (5.3.1932), n. 2.↩

  2. 2

    6 mei 1945.↩

  3. 3

    Scholten werd na de oorlog aangezocht door de regering voorzitter te worden van de Commissie Art. 4 Zuiveringsbesluit (zuivering hoge ambtenaren en de rechterlijke macht) en van de Nationale Adviescommissie, een lichaam (gevormd uit een aantal illegale groepen tijdens de bezetting) dat in 1945 gedurende een aantal weken in de periode, dat de Staten-Generaal nog niet bijeen waren, de taak van het parlement (maar alleen met adviserende bevoegdheid) overnam en de taak had voorstellen te doen voor de benoeming van de leden van het Noodparlement. Scholten werd benoemd in de Eerste Kamer.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 740. O. Noordmans aan K.H. Miskotte8. Lunteren742. K.H. Miskotte aan O. Noordmans →