817. P.C. IJsseling1 aan O. Noordmans
Hilversum, 9 februari 1948
Amice,
Toen ik in de vorige Hervormde Kerk je portret zag staan en het stukje aan je 45-jarige ambtsvervulling gewijd,2 nam ik me voor je nog eens te schrijven. Ik was echter 1 februari jarig en de week daarop had ik alle verjaarscorrespondentie te verzorgen, zodat een schrijven aan jou er bij inschoot. Nu behoort het tot de eerste dingen van de nieuwe week. Jij 45 jaar, wij in december ll. 50 jaar. Wat staat me die tijd, toen je in Schuzum kwam nog als een fijne tijd voor de geest. De Visser3 naast me, V.d. Schans en Sijke4 in Gaast, Norel en Wijke5 in Wons en toen kwam jij daarbij. Die latere maandagmiddagen waarin we met elkaar lazen of Loofs6 bespraken of vrije uitstapjes maakten over de velden der theologische wetenschap. Waar zal men zoiets gehad hebben? Later in Loenen kwamen we als redactie van de Vechtbode eenmaal in de maand bij elkaar, doch dat waren bijna allemaal oude heren, die na de zondag ‘op’ waren en graag hun sigaartje rookten, doch alle inspanning schuwden. Met Verweijs7 heb ik nog eens een poging gedaan om ‘iets’ te doen, om wat inhoud aan onze besprekingen te geven, doch dat was spoedig afgelopen. Neen, dan daar aan de Friese kust! Wat was Norel ook een enige collega; ik denk nog dikwijls met dankbaarheid aan hem terug. De tweede zomer dat ik in Makkum was stelde hij mij voor eens wat Homerus te lezen. Wat ook gebeurd is. Twee boeken Odyssee. Reusachtig. Maar ik geloof toch, dat ik zonder vleierij kan zeggen, dat ik het meeste heb gehad aan de theologische leiding die van jou uitging. En dan onze gezellige spelletjes schaak! Alles tezamen genomen bleef de Makkumse periode in menig opzicht een heerlijk stuk uit ons leven... Geregeld lees en studeer ik nog op mijn manier en door mijn leraarswerk aan het chr. gymnasium kwam ik geheel in het Hebreeuws terecht, zodat herhaaldelijk a.s. studenten, zowel als examinandi voor propaedeutisch en candidaatsexamen bij mij kwamen lesnemen. Verder komt er een serie christelijk klassieken uit (Bakhuizen van den Brink8 en Van Rhijn)9 waarin ook een nieuwe uitgave van Tertullianus’ Apologeticum en Anselmus’ Cur Deus homo? opgenomen zullen worden. Ik werd gevraagd om die nieuwe uitgave te bewerken,10 wat ik gaarne deed. Tertullianus’ Apologeticum kan elke dag verschijnen en Anselmus ben ik nieuw aan ’t vertalen. Wat het laatste betreft, heb ik nog rekening kunnen houden met een opmerking, door jou indertijd gemaakt: je vertaling is teveel Latijn gebleven. Nu, mijn waarde, laat ik het er bij. Hoe gaat het jou? En de uwen? Heel veel groeten, ook van Martha, tt.
P.C. IJsseling.
(AN)