G.C. van Niftrik, “Dr O. Noordmans” in De Gereformeerde Kerk (4 maart 1943), o.m.: ‘... Ik raak persoonlijk niet uitgelezen in zijn “Geestelijke Perspectieven”. De hoofdstukken in dat boek over Kohlbrugge, Barth en Gunning behoren wel tot het beste wat over deze theologen geschreven is. Voor velen onzer is zijn “Herschepping” een kleine dogmatiek, die ons de twaalf geloofsartikelen dieper doet verstaan. En wienoemt mij een aequivalent, wat verklaring van gelijkenissen betreft, voor dat kleine fijne boekje van 1935 “Dingen die verborgen waren”? Wij hebben niet allen tijd om ons te verdiepen in de standaardwerken over den kerkvader Augustinus. Maar wie de betekenis van Augustinus, juist ook voor de probleemstellingen van onzen tijd wil verstaan, die leze Noordmans’ boekje “Augustinus” van 1933. Terwijl wij aan de controvers met de liturgische vernieuwingen van prof. van der Leeuw c.s. zijn boek “Liturgie” (1939 te danken hebben, waardoor wij ineens verstaan waaròm het nu eigenlijk gaat! En nu heb ik alleen het voornaamste nog maar genoemd. Hoeveel artikelen staan er niet in de jaargangen van “Eltheto”, “Vox Theologica”, “Woord en Wereld”, enz! ... Ons is het ... onbegrijpelijk, dat zijn verdienste voor kerk en theologie nooit door een benoeming tot hoogleeraar is erkend. ... Noordmans is laat begonnen te publiceeren! En nu is hij al 40 jaren dominee, en ja - wij hebben nieuwe reglementen - nu moet hij straks emeritaat nemen! Maar hij is eigenlijk nog lang niet oud, en heeft, als ik goed ben ingelicht, ook heelemaal geen zin om met emeritaat te gaan! Het verbaast mij niet te hooren, dat hij een tegenstander is van de alles en allen gelijkschakelende nieuwe reglementen, waardoor de verburgerlijking der Kerk nog maar weer een nieuwe accentueering gekregen heeft. ...”↩