Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Laren Gld.

Weergave
Passages naar Readwise sturen

629. D. Tromp1 aan O. Noordmans

Zandvoort, 6 juni 1939

Hooggeachte ds. Noordmans,

Aangezien ik, voor Pasen, enige maanden buiten bedrijf ben gesteld geweest, is een en ander blijven zitten. Zo ook het toezenden van dit boekje.2 U weet wel dat het klein werk is. Maar goed, dit kleine boekje stuur ik u, om ook daardoor u te danken voor al het grote dat ik en zo vele anderen van u ontvingen en ontvangen. ’k Hoop dat u het wilt lezen; al zal ’t u weinig nieuws brengen. Wel zult u er een paar malen uw naam in genoemd vinden.3 Gaat het u goed? En bij u thuis ook? Moet u er weer op uit om ‘pieren’ te verzamelen? ’k Weet niet of ik u op ‘Kerkopbouw’ zal zien. Ik hoop donderdag te gaan.4 ’t Laatste rapport5 heb ik doorgelezen. Dat het veel nieuws bevatte, kan men niet zeggen. Dat het niet goed geschreven zou zijn, kan men ook niet zeggen. Maar ... wat moet dat nu weer? Moeten we hierover nu weer praten? We weten toch wel wat prof. Brouwer wil! En ook dit, al zou hij naar de letter gelijk hebben, hij toch niet gelijk heeft. Zo’n ontwerp maakt de indruk van een nuchtere helderheid. Donkere elementen doen er in aan als ketterijen. ’t Is als een kerk met nuchtere gewone ramen. Zonder dat het nu zo duidelijk aanwijsbaar is, weet men toch: dit is iets anders. ’t Is de ethische nabloei. Was er geen wereld-kritiek, dan zou zo’n geschriftje er nog nuchterder uitzien. Ik weet niet wat ik moet doen: er in blijven of er uitgaan. De classicale vergaderingen, ‘Kerkopbouw’, zijn zonder belofte. De kerk schijnt de jaren die ons toegestaan zijn, niet te willen gebruiken. Ten aanzien van de kerk is het terdege waar, dat we wandelen door geloof en niet door aanschouwen. ’t Is menigmaal zo benauwend. Dit nog: enige jaren geleden was ik bij De Hartog.6 ’t Was de laatste keer dat ik zijn stem gehoord heb. Hij vertelde mij toen van zijn wandelingen met u, als student. U moet eens gezegd hebben, op een wandeling, wijzend op een boompje dat alleen stond: ‘dat boompje is eenzaam, want het is er maar alleen.’7 ’k Vermoed dat er in zijn dagboek meer van die dingen zullen staan. - Is u tussen 24 juli en 14 augustus thuis? ’k Hoop dan in Overijssel te zijn. Met vriendelijke groet, uw

D. Tromp.

(AN)

Noten

  1. 1

    D. Tromp, zie brief nr. 393 (feb. 1931), n. 1.↩

  2. 2

    D. Tromp, Kerk, Volk en Staat no. 7 uit serie Onze Tijd onder redactie van J.P. van Bruggen, J. Eijkman en K.H. Miskotte (Nijkerk zj).↩

  3. 3

    Zie p. 31, 44 en 48.↩

  4. 4

    Algemene ledenvergadering van KO, 8.6.1939.↩

  5. 5

    KO-rapport Schrift en kerkorde, zie brief nr. 623 (1.6.1939).↩

  6. 6

    A.H. de Hartog (zie brief nr. 154 (23.11.1901), n. 1) overleed 9.12.1938.↩

  7. 7

    De authenticiteit van deze uitspraak staat niet vast (Red.).↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 628. Ph. Kohnstamm aan O. NoordmansLaren Gld.630. W.H. van de Pol aan O. Noordmans →