666. W.J. Aalders1 aan O. Noordmans2
Groningen, 18 januari 1941
Hooggeachte dr. Noordmans,
Het is alles wel heel erg voor u, maar toch niet zo erg als uw brief onderstelt. Immers, volgens de laatstelijk voorgestelde en voorlopig aangenomen wijziging van Art. X (IX) der Additionele Artikelen van het Reglement van de Predikantsplaatsen, al. 2, wordt het zo, dat de predikant, voor wien de datum, tegen welke hij emeritaat zou moeten aanvragen, reeds is gepasseerd, alsmede de predikant, voor wien deze datum verschijnt voor 1 mei 1942, emeritaat aanvraagt uiterlijk tegen januari 1943.3 Wordt het Reglement dus definitief aangenomen en treedt het 1 januari 1942 in werking, dan hebt gij nog een vol jaar van ambtstijd voor u. Ik voeg hieraan niet veel toe, want uw brief heeft mij zeer getroffen en ik sta zelf in zulk een geheel andere positie. Maar in elk geval geeft het mij zekere verlichting, dat ik u deze mededeling kan doen. Wees verzekerd van mijn hoogachting en geloof mij uw dw.
W.J. Aalders.
(AN)