Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Lunteren

Weergave
Passages naar Readwise sturen

796. Th. Delleman1 aan O. Noordmans

Groningen, september 1947

Zeer geachte collega Noordmans,

Vergeef me, dat ik eerst nu op uw schrijven2 reageer. Ik heb dit zeer gewaardeerd, maar kon niet aan rustige beantwoording toekomen door mijn vertrek naar Groningen en al wat daarmee samenhing. Ik ben hier beroepen voor het werk onder de studenten en voor leiding aan het evangelisatiewerk. Uw opmerkingen over die middag verheugen me. Ik ben zeer dankbaar, dat u onze discussie aanhoorde en er uw mening over zegt. Wij kunnen elkaar uitermate moeilijk overtuigen omdat we het al te zeer eens zijn en de oorzaken der scheuring elders zien liggen. Het is voor mij meer een ethische aangelegenheid dan een dogmatische en kerkrechtelijke. Nu het schisma er eenmaal is, gaat men abstraheren. Vanuit de concrete situatie met zijn verschil van inzicht - waaruit geen schisma had behoeven voort te komen - gaat men nu - nu het schisma kwam naar aanleiding van en niet onafwendbaar ten gevolge van de verschillende inzichten - beschouwingen geven, welke op zichzelf zeer waardevol zijn en door vele onzer ook worden beleden. Ik ben zelf in dit conflict te zeer betrokken. Ik meen de eigenlijke wegen te zien, waarlangs deze ellende en schande over ons kwam - en kan daarom niet accepteren dat het ging om de kwesties die in dit betoog naar voren kwamen. Omdat u de morgenvergadering niet hebt bijgewoond, is uw oordeel over wat Ridderbos opmerkte niet geheel juist. Vergeet u toch niet, dat in de kringen der vrijgemaakten een isolement wordt voorgestaan, dat ons Gereformeerden altijd geremd heeft in de vervulling van onze dienst aan het volk. Hun ondeugden zijn onze ondeugden. We zijn nog zeer één, zie b.v. de gemeenschappelijke felheid tegen de P.v.d.A. en de Indiëpolitiek. Onder ons zijn er echter, die dit moe worden en hierin zien een tekort aan christelijke bescheidenheid en verantwoordelijkheid. Deze groep is sterk verwant aan Kraemer en dergelijke figuren. Zij zijn het als het gaat over leer en Christusverering met beschouwingen als van Veenhof hartelijk eens, maar voelen dan te pijnlijker het conflict, dat niet door dergelijke beschouwingen is veroorzaakt maar door gebrek aan zelfverloochening. In zulk een situatie is het voor ons een verkwikking een hervormde broeder te hebben, die ons beide aanhoort en ons zijn christelijk oordeel zegt. Wij moeten weer bij elkaar [worden gebracht] door derden, in wie wij gelijkelijk vertrouwen hebben. Indien u iets schrijft over deze dingen, zal ik het gaarne horen. Ook overweeg ik het beleggen van een conferentie tussen enige mensen van art. 31 en ons met u en anderen, om door uw deelname aan de discussie elkaar beter te kunnen verstaan. Zoudt u hiervoor voelen? Ten slotte nog een ander verzoek. Wellicht weet u dat ik eindredacteur van Homiletica ben. Ik zal u veiligheidshalve een aflevering zenden. In het a.s. nummer3 zal prof.dr. Dijk4 een bijdrage geven over de adventsprediking met enkele schetsen. Prof.dr. Berkelbach van der Sprenkel5 geeft een schets voor de 1e Kerstpreek. Miskotte zou ook een kritiek geven, maar hij ziet er geen kans voor hiervoor tijd te nemen. Haitjema6 geeft ook een kritiek op een schets. Nu zoudt u mij en de andere redactieleden (Uitman, Wielinga (art. 31) en Woelderink)7 een zeer groot genoegen doen, als u een bijdrage zoudt willen geven over de oudejaaravond of jaarwisseling-prediking - b.v. enkele kleine schetsen met enige bemerkingen. Zoudt u dit willen doen?8 Ik zit om de copy zeer verlegen, daar ik 15 november alles binnen moet hebben. U zult me hiermee een zeer groot genoegen doen. Honorarium f 15,-. Met beleefde groet, Uw

Th. Delleman.

(AN)

Noten

  1. 1

    Th. Delleman, zie brief nr. 794 (7.9.1947), n. 1.↩

  2. 2

    Zie: brief nr. 794 (7.9.1947).↩

  3. 3

    Homiletica 7 (1947/1948), nr. 1.↩

  4. 4

    K. Dijk, ‘Adventsprediking’.↩

  5. 5

    S.F.H.J. Berkelbach van der Sprenkel: ‘Schets over Luk. 2: 11, 12 (lezen Luk. 2: 1-20)’.↩

  6. 6

    Th.L. Haitjema (zie brief nr. 351 (24.6.1926), n. 4): ‘Beoordeling van de preekschets over Micha 4: 1-3.’↩

  7. 7

    Redactie: Th. Delleman, J.E. Uitman, D.K. Wielenga JDzn. en J.G. Woelderink.↩

  8. 8

    ON, ‘De jaarwisseling’, VW 7, 509-512.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 795. O. Noordmans aan Th. DellemanLunteren797. O. Noordmans aan R. Dijkstra →