797. O. Noordmans aan R. Dijkstra1
Lunteren, september 1947
Zeer geachte Mevrouw en Collega Dijkstra,
Hierbij kom ik u nog even hartelijk danken voor de genoten gastvrijheid op Nassaukade 82. U hebt zo’n groot huis en zulke royale kamers, een mens voelt zich klein in zulke vertrekken. Ons volk heeft altijd van de ruimte gehouden en toch is je huis niet leeg, het is vol jonge leven, alleen merken we dat niet elk ogenblik. Er heerst een opmerkelijke orde, dat er orde gehouden wordt, merkt men ook weer niet. U beoefent allebei de opvoedkunde als niet beoefenenden en dat is een grote kunst. Dat Dijkstra veel werk verzet, kan ik op mijn vingers uitrekenen. Toch heeft hij altijd de tijd voor een babbeltje en een schaakspelletje. Dat is naar mijn hart en ik heb op dat punt bezwaren tegen de geestesgesteldheid van sommige jongere collega’s. Ze doen vaak onnodig druk en gewichtig. Ook mevr. Dijkstra combineerde op een zeer merkwaardige wijze, de rust en de werkzaamheid; ze is altijd present en tegelijk overal aanwezig... ’s Avonds heb ik op zijn orgel gebeunhaasd in de Koraalfantasiën van Bach. ‘Dat moet je morgen weer doen’, zei mijn vrouw. en toch was het maar een armzalig probeersel. Wat is deze wereld een zielig zaakje, maar wat een gaven, wat een charismata, dalen er soms neer, wat een koninkrijk moet dat zijn, waar ze vandaan komen. Met hartelijke groet, steeds gaarne Uw
O. Noordmans.
(ADijkstra)