Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Lunteren

Weergave
Passages naar Readwise sturen

869. O. Noordmans aan J.J. Buskes1

Lunteren 1 maart 1950

Waarde Buskes,

Laat mij u nog even, een beetje laat, een welkom mogen toeroepen bij de terugkeer uit India. Ik wist, eerlijk gezegd, niet, dat dit de reden was van uw absentie in de redactie. Ik dacht aan gezondheidsredenen. Dat zal een evenement in uw leven geweest zijn. U hebt de planeet nu ook aan de andere zijde gezien in menig opzicht. Hier gaat alles zijn geregelde gang, zo lang als het duurt. Ik doe u, als vanouds, een meditatie toekomen. Gaarne zal ik, zodra ik daartoe tijd beschikbaar heb, de gevraagde artikelen over de kerkorde u zenden. Uw stuk over Snethlage2 kan ik niet helemaal zetten. Ik heb iets van hem gelezen en hem een enkele maal ontmoet. Zijn Herinneringen en Perspectieven heb ik niet onder ogen gehad, behalve dan de citaten, die gij geeft. Ik waardeer uw toelichting, maar zie ook een andere kant aan de zaak. Er is iets ontzettends in zo’n godsbegrip, dat geheel formeel wordt. De meditatie, die ik u hierbij zend, laat als ’t ware het tegendeel zien.3 Maar ik kan mij niet helemaal onttrekken aan een gevoel van ontzag en beklemming als ik denk aan zulk een eenzame figuur, wiens hand is tegen allen en de hand van allen tegen hem. Met hartelijke groet,

O.Noordmans.

(ABuskes)

Noten

  1. 1

    J.J. Buskes, zie brief nr. 815 (1.2.1948), n. 1.↩

  2. 2

    J.J. Buskes Jr., ‘Dr. Snethlage’ in IdW 5 (1950), 150. Buskes haakt in op een uitspraak van Snethlage waarin hij het kerstfeest een illusie noemt en een artikel van hem over het Godsbegrip ‘een der stokpaardjes van de christelijke theologie’, dat wij alleen door de persoon en het werk van Jezus weten, wie God eigenlijk is. J.L. Snethlage (1886-1983), herv. pred. te Ouwerkerk (Zld.) 1911, Haarlo 1914-1917, Eenigenburg 1922, Hijlaard 1925, Oyen 1928-1945. In 1936 werd bij de Synode een bezwaarschrift tegen zijn communisme ingebracht, hetgeen de Synode tot een uitspraak tegen het stelsel bracht. Als godsdienstfilosoof wilde hij het pragmatisme verbinden met het neo-kantianisme van de Marburger school. Snethlage heeft zich ook gemengd in de strijd tussen Kerkherstel en Kerkopbouw; zie ook VW 5, 304, n. 4. Over zijn godsdienstfilosofie, zie: G.H. Heering, Geloof en Openbaring dl. I (Arnhem); over zijn persoon en werk, zie G.J. Hoenderdaal in de bundel Tussen Geest en Tijdgeest (1991).↩

  3. 3

    O. Noordmans, ‘De levende God’, IdW 5 (1950), 177; VW 8, 266-268.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 868. O. Noordmans aan W. BanningLunteren870. W. Banning aan O. Noordmans →