274. P.C. IJsseling1 aan O. Noordmans
Loenen, 18 juli 1912
Een dubbele gelukwens! Alleereerst voor de beide ouders met de geboorte van de eerstelinge.2 Wat vreugde en rijkdom. Dat is dus geen reisje naar de Harz of waarheen dan ook, maar thuis blijven om daar aan een teer voorwerpje alle zorgen ten koste te leggen die er maar te bedenken zijn. Moge de Heer des levens over de jonge dochter waken en de ouders veel vreugde van haar doen beleven. Eindelijk is dit de vanouds bekende 18 juli,3 die mij herinnert aan de wandelingen door de dreven van Skuzum om daar de pastor te complimenteren. O tempora!4 Wees gezegend, jubilaris. Salve imperator, iterumque salve.5 Mij dunkt, ge zult in ’t huilen van uw dochter - lachen zal ze wel niet doen, nog enige dagen geduld - zelfs vreugdetonen horen. Ons gaat het Gode zij dank goed. Wij hebben verleden week het genoegen gehad dat onze Christiaan slaagde voor ’t gymnasium te Doetinchem.6 Moge het de eerste trede zijn die hem langzaam maar zeker de ladder der wetenschap doet beklimmen. Zo komen er weer nieuwe eisen, doch wordt het leven ook rijker. Chris is zelf de prins te rijk. Hij mag alvast mensa7 leren en de volgende week eens uit logeren gaan. Nu, waarde vrienden, ontvangt onze groeten en heilbeden. Mede namens Martha, tt.
P.C. IJsseling.
(AN)