275. A.M. Brouwer aan O. Noordmans
Rotterdam, 10 november 1912
Amice frater,
Eerst nu kom ik er toe om je een exemplaar van De Moderne Richting1 toe te zenden, ofschoon ’t al een tijdlang op verzending wachtte. Ik kon er door allerlei drukte niet toe komen. Nu zal ’t dan wezen. ’k Ben nieuwsgierig naar je oordeel. Misschien heb je ook gelegenheid, als ’t lijden kan, een kleine aankondiging of aanbeveling ervan in de Friese Kerkbode2 te plaatsen? Het is natuurlijk ook een geldelijke zaak en gaarne zou ik willen, dat er bij de uitgave geen geld op toegelegd behoeft te worden. Dat past mij niet. En als men schrijft wil men ook graag gelezen worden. Hoe gaat het jullie allen? Met de kleine ook nog goed? Wij zijn allen goed gezond, gelukkig. Wegens gebrek aan voldoende hulp was Bon de laatste tijd wat overmoe. Maar nu er weer meer hulp is, geloof ik, dat het ook vanzelf weer bij trekt. Kleine kinderen zijn vermoeiend, zo de hele dag door! En wij hebben er nog drie altijd thuis. Gisteren hadden wij Fokkema uit Westeremden3 hier even met zijn a.s. vrouw: dat lijkt ook een bijzonder aardig span. En Fokkema in grote blijdschap. Hartelijke groeten van huis tot huis, tt.
Nus Brouwer.
(AN)