Stichting dr. O. Noordmans
Plaats in de uitgave: Idsegahuizum en Piaam
Weergave
Lezen
Lettergrootte

257. A.H. de Hartog1 aan O. Noordmans

Heemstede, 16 februari 1910

Amice,

Zeer dank voor je zo rijk stuk.2 Op den duur zal echter wel blijken, dat je het mens-aanzicht van mijn stelsel3 onderschatte. Ik stel je critiek als een der meest betekenende echter op hoge prijs. Jammer, dat je onlangs niet eens hier kwaamt preken. Ik hoop nu maar eens op later. Met een handdruk, tt. de Hartog.

(AN)

Noten

  1. 1

    A.H. de Hartog, zie brief nr. 154 (23.11.1901), n. 1.

  2. 2

    Het langverbeide artikel in Stemmen voor Waarheid en Vrede over ‘Het Getuigenis van dr. A.H. de Hartog’.

  3. 3

    VW 1, 153v.

← vorige256. A.M. Brouwer aan O. NoordmansIdsegahuizum en Piaamvolgende →258. Oepke aan zijn moeder
Bureau