258. Oepke aan zijn moeder
Idsegahuizum, 7 april 1910
Lieve Moeder,
Van Van Dijk kreeg ik bericht, dat u gaarne wilde dat ik weer eens kwam. Nu kan ik vandaag en morgen onmogelijk. De volgende week hopen Jo en ik even bij u te zijn. We gaan dan ook naar Tzum en Oosterend.1 Deze week heb ik een beroep ontvangen naar Suameer.2 Het ligt dicht bij Bergum. Als we de volgende week bij u komen, hopen we u er wel meer van te vertellen. Met hartelijke groeten, uw u liefhebbende zoon,
Oepke.
(AN)