270. G. Smit1 aan O. Noordmans
Makkum, 10 oktober 1910
Waarde vrienden,
Je brief, die we voor enige tijd ontvingen, deed ons veel genoegen. Het doet altijd goed te vernemen, dat het werk met opgewektheid gedaan wordt, dat de studie niet wordt vergeten en dat voor beide het intieme huiselijke leven een grote kracht is. Ik ben het natuurlijk met de pastor van Suawoude2 eens, dat ’t laten zien van ’t christelijk karakter in iemand vriendelijk te ontvangen van grote betekenis is, maar ’t gaat niet aan dit te plaatsen naast de prediking des Woords. Laat ’t waar wezen, dat weinig vrucht vaak wordt gezien, waar blijft ’t toch, dat juist daardoor het christelijk karakter wordt gevormd. Neem de prediking weg, ook ’t karakter verdwijnt. De bediening des Woords is het kapitaal, dat zijn rente in ’t gewone leven moet afwerpen. Geen rente zonder een kapitaal. ’t Is voor ons predikanten een groot geluk, dat we over zo’n groot kapitaal beschikken en dat dit niet vermindert, of we ’t benaderen langs de weg van Kuenen3 of langs die van Kuyper.4 Gij hebt een lans gebroken voor de hypothese Kuenen5 tegenover Briedé.6 Wel dapper, maar gevaarlijk, want, hoewel ’t m.i. een zuiver wetenschappelijke kwestie is, wordt er zo licht een geloofszaak van gemaakt, alsof ’t geloof is een relatie ten opzichte van de Israëlitische literatuur en niet een ten opzichte van God. Van Kuenen tot Delitzsch7 is geen grote sprong. Schriftzifting en ‘Babel und Bibel’ horen zo wat bij elkaar. De geleerden, die elkaar dikwijls zo trouw volgen, geven tegenwoordig aan Babel een grote invloed op Israël - ’t is in deze ook wel eens goed iets wetenschappelijks daartegenover te lezen. Ik heb tegenwoordig dit boek onder handen: Amurru, the home of the northern Semites door A.T. Clay (1909), waarin betoogd wordt, dat de Babelliteratuur afhankelijk is van de West-Semietische cultuur in Kanaän, Syrië. Volksverhuizing zou de cultuur overgebracht hebben naar Babel. Babel und Bibel hebben wel veel overeenkomst, maar ’t is op grond van Clay’s onderzoekingen wel wat gewaagd te zeggen, dat Babel de prioriteit heeft. Beide gaan z.i. terug op vroegere tijden. ’t Is een interessant boek, waarmee de Panbabylonisten wel rekening zullen moeten houden. Gelukkig, dat de geleerden ’t geloof niet in handen hebben. En nu iets, dat eenvoudiger is. Kort na ontvangst van je brief gingen we met vacantie uit. De twee oudsten bleven in Makkum bij de familie Maas, de twee jongsten gingen mee. We gingen zo laat omdat ik dan tegelijk de zendingscursus te Velp kon bijwonen. Deze was zeer interessant. Gunning8 sprak vijf keer enige uren over de Minahassa, terwijl Rauws,9 Henzel,10 Brouwer11 en Heijmens Visser12 ook hun licht lieten schijnen over de onderwerpen in ’t Hervormd Zondagsblad vermeld. We waren allen ingekwartierd bij belangstellenden in Velp en omstreken. Het waren meest allen jonge dorpspredikanten. Het plan schijnt te bestaan in de steden dezelfde lezingen te houden. Het weer was prachtig. We zitten al sinds een paar maanden zonder meid. De hulp is schaars en duur. We hadden een meid van Kinderzorg uit Leeuwarden. Op een zondagavond liep ze weg, ze kon niet tegen de tucht. Ik wens Jo toe, dat zij zonder zulk huis-kruis blijft. IJsseling13 had gisteren hoorders uit Loenen aan de Vecht. Alles wijst er op, dat hij de langste tijd in Friesland heeft gestaan. Maakt het beiden wel in huis en gemeente. Ontvangt onze hartelijke groeten, t.a.v.,
G. Smit.
Ik vermoed, dat het ON is die Julius Caesar14 heeft verdedigd in ’t Hervormd Zondagsblad.
(AN)